30.7.08

Roer de risotto


Ik ben een piekeraar. Jaren geleden probeerde Dennis me schaken te leren, omdat ik er van overtuigd was dat ik met mijn zorgelijke anticiperende gedachtenspinsels (altijd minstens 2 stappen vooruit op alles wat er zou kunnen gebeuren) daar heel goed in zou zijn. Kennelijk vraagt schaken toch iets anders van je hersens dan een talent voor doemscenario’s… de schaaklessen waren geen succes.

Ik noem het piekeren, maar eigenlijk is dat een te negatief woord. Fantaseren over de toekomst, zou je het ook kunnen noemen – en die fantasieën gaan lang niet altijd over alles wat er mis zou kunnen gaan. Ook leuke toekomstscenario’s komen aan bod – dan heet het voorpret. Maar hoe leuk dat woord ook klinkt, feit blijft dat wie leeft in de toekomst, geen tijd heeft voor het heden.

Koken en eten is misschien het enige wat ik echt, compleet en 100 procent in het heden doe. Weliswaar besteed ik soms meer tijd aan het filosoferen over een maaltijd, dan aan het daadwerkelijk klaarmaken en opeten ervan. Maar toch, als ik in een pan roer, of als ik iets in mijn mond stop, dan is er even geen verleden of toekomst.

In zijn boek Tomato Blessings and Radish Teachings zegt Edward Espe Brown, een kokende Zen monnik die schrijft over eten vanuit boeddhistisch perspectief (en dat is een stuk leuker dan het klinkt) zoiets als:
When you wash the rice, wash the rice.
When you scrub the carrots, scrub the carrots.
When you stir the soup, stir the soup
.

Mooi advies.

Waar komen al deze gedachtes vandaan?

Laatst probeerde ik eetherinneringen uit. Ongetwijfeld getriggerd door een of ander "wat is het lekkerste wat je ooit gegeten hebt" draadje op eGullet. En het griezelige was: ik had er niet veel. Ik wéét natuurlijk nog van heel veel dingen dat ik ze erg lekker vond. Omdat ik het heb opgeschreven, erover heb geblogd, erover heb verteld. Dat helpt om de herinnering levend te houden. Maar een echte herinnering aan de beleving van een smaak… die heb ik niet zoveel.

Dit is er 1: vier jaar geleden maakten we een reis door New England. Ergens in een klein plaatsje strandden we, terwijl de uitlopers van een of andere orkaanstorm over de streek raasde. Het regende, 2 dagen achter elkaar. Aan het eind van de tweede dag vonden we onszelf zo zielig dat we besloten een tandje sjieker uit eten te gaan, dan we normaal gesproken doen op onze Amerikaanse reizen. We kwamen terecht in Mezze, in Williamstown Massachusetts. Ik bestelde een biefstuk en daarbij kreeg ik een bakje met romige maïs. De biefstuk was lekker maar de maïs was onbeschrijflijk. Vers, knapperig, zoet, en geparfumeerd met het anijsachtige aroma van dragon. Ik had er wel een heel bord van willen leegeten, de biefstuk had ik er graag voor ingeruild. En dát is nou een smaak die ik me nog kan herinneren alsof ik hem 5 minuten geleden geproefd heb. Zoveel indruk maakte hij.

De Hollandse maïs die ik hier op de markt kan kopen is helaas vaak oud en melig, maar zaterdag vond ik op de Noordermarkt redelijk verse exemplaren. (Kenners van maïs zeggen dat je een pan moet opzetten, naar het veld moet rennen, maïs moet plukken, naar huis moet rennen, om dan onmiddellijk de kolven in het kokende water te gooien. Dat zal ik dus wel nooit bereiken). Bosje dragon gekocht, en savonds risotto met mais en dragon gemaakt. Roer de risotto, leef in het heden, geniet en laat je door niets uit het veld slaan.

Maïsrisotto voor 2 personen
125 gram risotto rijst
2 zo vers mogelijke maïskolven
Een klein uitje, gesnipperd
Een klont boter
Een scheutje witte wijn
550 ml. lichte bouillon, warm (niet te sterk van smaak)
Een handje verse dragon, fijngesneden
Een scheutje room, of een eetlepel crème fraiche
Peper, zout

Zet een maïskolf rechtop in een grote kom en snij met een scherp mes, in een neerwaartse beweging, de korrels van de kolf. (Doe dit dus liever in een grote kom dan op een snijplank, er spatten nogal wat korrels in de rondte).

Verhit in een koekenpan met zware bodem de klont boter. Niet bruin laten worden. Hierin zachtjes de ui bakken. Doe de rijst erbij, een minuutje omscheppen zodat alle korrels met boter bedekt zijn en glanzen. De wijn erbij en dan een scheut bouillon. Onder voortdurend roeren, en steeds een beetje bouillon erbij gieten, laten garen. Na ongeveer 10 minuten de maïs erbij doen en doorgaan met roeren – bouillon toevoegen - tot de rijst gaar is. Dat duurt waarschijnlijk nog een kwartiertje. Misschien heb je iets meer vocht nodig, gebruik dan wat water.
Roer de dragon en de room of crème fraiche erdoor. Breng op smaak met peper en zout. Ik doe geen kaas bij deze risotto, om de zoete milde smaak van de maïs optimaal tot zijn recht te laten komen.

Wij hadden er worstjes bij, en gebakken gele courgette, en de laatste romeinse tomaatjes.

Broddelen, deel 2



Laatst schreef ik over het stelen van foto’s. Ik liet de blogger, bij wie ik een foto van mezelf aantrof, nog even anoniem omdat ik hem eerst zelf eens wilde vragen waarom hij dat eigenlijk doet.. een blog volplakken met de plaatjes van anderen. Het duurde even voor ik dat ook echt deed, maar uiteindelijk mailde ik hem dit:

"Een tijdje geleden plaatste je een reactie op mijn blog dat je mijn blog bij je links had gezet. Daarvoor dank, uiteraard. Hoe meer bezoekers, hoe leuker. Naar aanleiding daarvan ben ik eens gaan rondkijken op jouw blog en ontdekte daar een foto van mij (kapucijners) in een post over de Dikke van Dam. Als ik zo naar je blog kijk, gebruik je (alleen maar? veel?) foto´s van anderen, zonder credits. Op jouw blog staat vervolgens: Voor het hele blog geldt: Copyright M. van Thiel, Zuidhorn, The Netherlands, 2007 & 2008.

Dat bevreemdt mij dan eigenlijk een beetje. Ik heb er lang over nagedacht of ik je deze mail zou sturen. Maar het hele beeld-copyright vraagstuk houdt me nogal bezig de laatste tijd. Eigenlijk is mijn vraag: wat is jouw overweging, om foto´s van anderen op je blog te zetten zonder bronvermelding? Ben jij van mening dat alle plaatjes op internet van iedereen zijn? Kennelijk vind je dat niet van je eigen tekst. Ik ben gewoon nieuwsgierig, wat je motivatie is."

En hier is zijn antwoord:
1] Ik verdien er geen geld mee, 2] ik "onderwijs" bezoekers.
Kijk, dat het niet mag, plaatjes pikken, dat weet ik. Maar de praktijk is anders.
A] Het heeft natuurlijk geen enkele zin om naar de rechter te stappen (wat voor belang is in geding? Dat ik je kapcijners heb gejat? Tsjonge...) en B], like I said, if you dont want it to be stolen, then dont put it on the web. Daar kan ik wat aan toevoegen. Je hebt tig manieren om plaatjes te beschermen. Geen enkele werkt. Kijk, dat schept een bepaalde situatie.
Maar goed, Klary.
Stuur me pijlsnel de link naar je kapucijnersfoto bij mij, dat ik die weghaal en zo van je vrouwen-met-teveel-vrije-tijd-gezeik af ben.
Misschien kan je trouwens beter maar gaan potten-bakken. Of makrameën of zo. Of, ja! Broodpoppetjes maken!


De rest van zijn antwoord herhaal ik maar niet, maar kijk vooral hier als je zin hebt om te lezen hoe hij mijn website bespreekt, me op een typefout betrapt, beweert dat ik niet mijn eigen foto’s maak, constateert dat ik niet alles opschrijf wat ik weet, constateert dat ik dingen niet weet, en mijn site beschrijft als blabla en onprofessioneel.*

Ik zou op van alles in kunnen gaan, doe ik niet, ik beperk me (met moeite) tot de kwestie waar het om ging.

Mijn vraag: wat beweegt jou om foto’s van anderen te gebruiken, zonder credits?

Het antwoord: Het mag weliswaar niet, maar iedereen doet het, dus ik ook. Er is geen manier om diefstal te voorkomen, dus moet iedereen het maar gewoon doen. De foto’s zijn er, dus ik mag ze gebruiken, ook al mag het niet, iedereen doet het, dus mag het toch.

Mijn standpunt:
Niet iedereen doet het. Veel mensen doen het. Het mag niet, en het feit dat veel mensen het doen, verandert daar niks aan. Bovendien is er nog iets anders dan of het 'van de wet' niet mag: of wij, als blogcommunity, het fatsoenlijk vinden om elkaars content over te nemen. Maar bloggers, het zijn net mensen, en er zit vanalles tussen, en niet iedereen denkt overal hetzelfde over. Dat blijkt.

Daar komen we dus niet uit... Jammer, dat ik geen tijd heb om op de door hem gezette professionele, fatsoenlijke, zakelijke toon verder te discussiëren. Maar er zijn nog heel wat potten te bakken en spreien te macrameeën vandaag.

+++++++++++++++++++++
* naschrift: Maarten van Thiel heeft zijn blogpost inmiddels wat aangepast, wat minder onaardig gemaakt, en 1 foto verwijderd. Zou hij zich bedacht hebben, en niet meer vinden dat ik maar beter kan gaan pottenbakken?

28.7.08

Ga mee naar buiten, allemaal

Dozo op het balkon

Boris in het park

Ik heb een stapel eetfoto´s en eetgedachten en recepten om de internetwereld in te sturen, maar het is te warm.
Ik heb alleen maar zin om op het balkon te zitten met een koud drankje en de ratjes, of in het park onder een boom met een vriendin en een kopje koffie.

Later meer.

25.7.08

Zomer op je bord

Nog een heerlijke maaltijd met de Italiaanse buit:


Voor 2 personen
1 kleine aubergine, in hele kleine blokjes gesneden
1 kleine courgette, idem
1 grote rode paprika, geroosterd, ontveld, de zaadlijsten verwijderd en ook in hele kleine blokjes gesneden
1 kleine ui, gesnipperd
2 tenen knoflook, gesnipperd
een scheutje witte wijn
ca. 10 zongerijpte zoete kerstomaatjes, in kwarten gesneden
een snuf gedroogde oregano
een handje verse basilicum
olijfolie, peper, zout, chilivlokjes
geraspte pecorino, om te serveren

Verhit twee eetlepels olijfolie in een koekenpan. Bak eerst op middelhoog vuur de ui en knoflook tot deze zacht zijn. Doe dan de aubergine en courgette erbij, zet het vuur wat hoger en bak, voortdurend omscheppend, tot de groeten zacht is en hier en daar bruin begint te worden. Doe dan de paprika erbij, de oregano, en blus af met de wijn. laat nog een paar minuten doorwarmen.

Kook intussen 175 gram pasta gaar volgens de verpakking. Als de pasta bijna klaar is, de saus zaxchtjes verwarmen ebn de tomaatstukjes erbij doen. Het is belangrijk dat de tomaat alleen maar even meewarmt, en niet stuk kookt. Breng op smaak met zout en peper en wat chilivlokjes.


Schep de pasta door de saus, met de fijngesneden basilicum. verdeel de helft van de pasta over 2 borden, bestrooi met pecorino, verdeel de andere helft erover en bestrooi met nog wat kaas. Druppel er eventueel 8als het geen vetarme week is...) nog een klein beetje van je allerbeste olijfolie over heen.

Echte vrienden brengen je groente



Op mijn voicemail:
"Ik heb een grote zak groente gekocht op de Campo dei Fiori in Rome. Kom je wat halen?"


Op weg naar huis een biefstukje gekocht en een buffelmozzarella. Een half uur later zat ik op mijn balkon met een glas rosé, en de smaken van Italie op mijn bord. Bedankt David!

23.7.08

De 6 magere dagen


Soms ziet je eten er mooier uit vlak voor het écht klaar is.


Dit weekend at ik op een familiefeestje, gecaterd door een Limburgse slager, een heerlijke salade van flageoletboontjes en feta in een romige knoflook dressing. Ik vermoed dat het zwom in de mayonaise, maar het was goeie mayonaise, lichtzuur en fris, en door de zoute feta en uitbundig gebruik van knoflook, was het niet zwaar of machtig. ik schepte er 3 keer van op en dat is voor mij echt een unicum.

Ik wilde die salade namaken, maar dan lichter, omdat maandag de 6 magere dagen zijn ingegaan. Even een weekje pas op de plaats wat eten en vooral wat snoepen betreft. Ik voelde me dichtgeslibd en opgeblazen van heel veel roomijs, hapjes hier en daar op feestjes, etentjes met voorgerechten en bijgerechten en toetjes, alles veel meer en calorierijker dan hoe ik 'normaal' eet. En je komt dan in 'zo'n spiraal terecht waarin je telkens denkt: "ach het maakt nu toch niks meer uit, ik neem nóg een bakje ijs."

Even niet dus. Die magere dagen zijn overigens niks bijzonders en zeker geen dieet - je zult mij nooit horen zeggen dat ik iets niet mag eten, het is gewoon een keuze om een week lang goed op het vet te letten, en geen zoete zoute vette tussendoortjes te eten.

De boontjes salade was misschien een tandje minder bevredigend dan de volvette Limburgse versie, maar toch heerlijk. Flageolet boontjes zijn kleine, sappige, stevige boontjes die het inblikken goed doorstaan.


Erbij: geroosterde aubergine en courgette, op smaak gebracht met gerookte paprika poeder en tijm, met een gepocheerd ei erop.

Lichte boontjessalade voor 2 personen
1 blik flageoletboontjes, afgespoeld en uitgelekt
1 rode paprika
1 tomaat
50 gram feta, in kleine blokjes
een handje verse munt, fijngesneden
1 teen knoflook
1 eetlepel joghurt
2 theelepels citroensap
1 eetlepel walnootolie
zout

Doe de geplette teen knoflook met wat zout en het citroensap in een kommetje en laat een half uurtje staan.

Verhit de grill. Snij de parika in kwarten, verwijder de zaadlijsten. Leg de kwarten met de schil naar boven onder de hete grill en rooster 5-10 minuten, tot het velletje zwart geblakerd is. leg de stukken paprika in een kom en dek die af (door de stoom die zo ontstaat is het straks makkelijker om het velletje te verwijderen). Als ze genoeg zijn afgekoeld, het zwarte velletje verwijderen en de paprika in stukjes snijden.

Even tussendoor: dit is een geweldige manier om parika's te garen en zacht en zoet te maken zonder dat er olie aan te pas komt. De meeste recepten vertellen je dat je de hele parika's in de oven moet roosteren, maar ik vind het een hele kliederboel om na het roosteren de zaadjes en zaadlijsten te verwijderen. Veel makkelijker om dat van tevoren te doen.

Snij de tomaat in vieren, haal het zaad eruit en snij met een heel scherp mesje het vruchtvlees van het vel. Snij het tomatenvlees in kleine blokjes.

Doe paprika, tomaat, munt en feta bij de boontjes. Haal de knoflook uit de citroensap, meng het sap met de joghurt en de walnootolie. Breng de dressing op smaak met zout en peper en meng door de boontjes.

21.7.08

Woord.



Een advies: zeg nooit tegen Amerikanen die al jarenlang in Amsterdam wonen, maar met wie je altijd Engels spreekt zodat je geen benul hebt hoe goed hun Nederlands eigenlijk is, dat je goed bent in Scrabble. Voor je het weet zitten ze bij je aan tafel en laten ze je alle hoeken van het Scrabble bord zien. Ja inderdaad, Dennis en ik verloren een potje Nederlands scrabble van 2 Amerikanen. Twee keer.


Gelukkig was er eten om de pijn te verzachten. Eten van mooie woorden: socca/farinata (recept hier), polpetti di tonno, recept van Jamie Oliver uit zijn Italie-boek maar met bliktonijn in plaats van verse, impanata di pesce spada oftewel zwaardvistaart met zoute kappertjes en geroosterde paprika.


En er was, op verzoek van de gasten, pruimen-Armagnac ijs (hoewel mijn versie pruimen-cognac ijs werd). Een recept van David Lebovitz die ik 100 procent vertrouw, maar toch was er iets mis met dit ijs. De basis is volle melk en zure room, die gepureerd worden met de in alcohol geweekte pruimen. Er was iets aan de combinatie van melk-achtige, lichtzure zuivel met de alcohol, wat ik als onplezierig ervoer. Later bedacht ik me dat Franse (Amerikaanse?) zure room misschien minder zuur is, meer op creme fraiche lijkt, dan de onze. Het kan ook zijn dat ik gewoon meer hou van de volle, rijke smaak van custard ijs.

Er waren ook nog Nigella´s chocolade koekjes, en de restanten daarvan kijken me nu op deze regenachtige maandagochtend aan en zeggen 'eet mij!' maar ik moet ze weerstaan, want vandaag is het begin van vet-arme week. Maar dat is een ander verhaal.

17.7.08

Brood met kaas


Wat is er bevredigender dan het maken van gistdeeg? Je roert bloem, gist en water door elkaar (beetje zout en olie erbij, voor de smaak). Je kneedt een poosje, een rustige maar doeltreffende work-out voor armen én geest (binnen 10 minuten verdwijnen je zorgen, er is iets zo aards en basaals aan het kneden van deeg). Het deeg van gisteren was bestemd voor een sciacchiata, de Toscaanse versie van focaccia, allebei prachtige woorden die (volgens mij – mijn Italiaans is niet geweldig) zoiets betekenen als ‘plat brood’.
Vergevingsgezinder dan pizza, omdat de deegkorst dikker is en het er dus niet zo op aan komt hoe dun je de bodem uitrolt of hoe heet je oven is.

Nigella Lawson geeft in haar Domestic Goddess boek dit recept voor schiacciata met gorgonzola en pijnboompitten. Ik was op zoek naar een simpel, maar toch indrukwekkend, goedkoop en snel recept en dit leek perfect – en dat was het. Ik kon het niet laten een paar creatieve toevoegingen te verzinnen: gecaramelliseerde uien en knoflook, en verse rozemarijn. En in plaats van de kaas te mengen met olijfolie, gebruikte ik melk – net iets vriendelijker voor de lijn, die toch al zo te lijden heeft onder de nieuwe ijsmachine.

Plat brood met gorgonzola en uien
500 gram bloem
1 zakje gist
2 theelepels zout
2 eetlepels olijfolie
300 ml. lauwwarm water

250 gram uien, in dunne ringen
3 tenen knoflook, in dunne plakjes
2 eetlepels olijfolie
Peper en zout
Een eetlepel verse rozemarijn, gehakt
200 gram gorgonzola (ik gebruikte de milde variant)
3 eetlepels melk
Peper, vers geraspte nootmuskaat
3 eetlepels pijnboompitten

Roer in een grote kom de bloem, gist en zout door elkaar. Meng de olijfolie met het water. Giet het water/oliemengsel bij de bloem en meng met een vork tot je een samenhangend deeg hebt. Kneed het een minuut of 10, en zet het dan in een licht beoliede kom een uurtje weg om te laten rijzen.

Maak intussen de uien: stoof de uien en knoflook in de olijfolie, met wat peper en zout, met het deksel op de pan ca 30 minuten op heel laag vuur. Draai dan het vuur wat hoger en laat onafgedekt nog een minuut of 10 bakken, de uien moeten goudbruin worden. Pas op dat het niet aanbrandt.

Prak de gorgonzola met wat melk tot je een zachte pasta hebt. Breng op smaak met veel vers gemalen peper en wat vers gemalen nootmuskaat.

Verhit de oven voor op 220 C.

Kneed het deeg als het gerezen is een minuutje goed door. Druk het dan op een met bakpapier beklede bakplaat uit tot een rechthoek van ca. 20 bij 30 centimeter. Duw er met je vingers over het hele oppervlak kuiltjes in (ook al zo'n bevredigend karweitje). Bestrooi met de rozemarijn, verdeel dan de uien erover, dan de gorgonzola, en tenslotte de pijnboompitten.
Bak 10 minuten op 220 C, zet dan de oven lager en bak nog 20 minuten op 180 C. Het deeg moet gerezen zijn, en de randen van het brood goudbruin. De kaas kleurt verrassend donker, op de foto lijkt het alsof ik de uien boven op de gorgonzola had gesmeerd, maar dat was toch echt niet zo.


Wij aten het met een salade van jonge bietjes, rucola, gebakken spekjes, gebakken aardappelcroutons en een mosterd-dilledressing. Het was simpel en snel en goedkoop, het maakte indruk en het smaakte geweldig.

15.7.08

Super fantastisch vanille kokosijs


Ook in komkommertijd wordt er gekookt. Sinds ik mijn geweldige Midas IJsmachine heb, is er al 4 keer ijs gemaakt. Vandaag voor de tweede keer een soort eigen uitvinding (voor zover zoiets bestaat in receptenland): vanille kokosijs. De eerste keer draaide ik er geplette frambozen doorheen, dat was niet zo´n succes want die bevroren door hun hoge watergehalte nogal ijzig op. Vandaag maakte ik een simpele rabarber frambozen compote en schepte er bolletjes van het ijs op. Een fantastische combinatie.

250 ml. slagroom
300 ml volle melk
4 eidooiers
125 gram suiker
1 vanillestokje
150 ml. dikke kokosmelk (uit blik)

Verhit de melk en room in een grote pan op laag vuur met het vanillestokje. Als het net aan de kook komt, het vuur uitdraaien en ca. 15 minuten laten staan. Haal het vanillestokje uit de pan en schraap het merg eruit, doe dit weer bij het melk/roommengsel. Zet de pan weer op laag vuur.
Klop de eidooiers los met de suiker, tot ze lichtgeel zijn. Doe een kopje van het hete melk/roommengsel bij de dooiers (al roerend), giet dan de dooiers in de pan. Onder voortdurend roeren, op laag vuur, de custard laten indikken. dat duurt bij mij meestal een minuut of 10. Neem de custard van het vuur, roer de kokosmelk erdoor en giet de custard over in een andere schaal. Zet deze in de koelkast en als het mengsel door en door koud is, draai je er ijs van in je Midas of andere ijsmachine.

Heerlijk met frambozen rabarber compote.

13.7.08

Komkommertijd



Is er wat met je computer? vraagt mijn vader. Hij is, denk ik, één van de trouwste lezers van dit blog. Als hij me ziet refereert hij aan dingen die ik hier heb geschreven, alsof ik ze in een gewone echte mensen conversatie aan hem heb verteld. En hij is teleurgesteld als er hier een poosje niks gebeurt. Ik kan iedereen geruststellen: met mijn computer is niks aan de hand, en met mij ook niet. Maar net als de rest van Nederland hou ik een klein beetje zomerreces. Ik ga (nog) niet op vakantie, maar geniet er heel erg van dat heel veel Amsterdammers wel naar het zuiden vertrokken zijn. Het Vondelpark is sochtends bijna leeg, een zaligheid, en 100 keer liever breng ik een licht miezerige zomer in de stad door, dan dat ik met een auto vol fristi-drinkende peuters de Route du Soleil zou moeten afzakken.

Een grote opdracht is afgerond, en er liggen nog allerlei kleine klusjes, maar die ga ik heel rustig aanpakken, op het moment dat ik daar zin in heb. En verder dus een beetje zomerluwte. Een paar weken waarin ik even niet zoveel hoef van mezelf (of in ieder geval, vind dat ik niet zoveel hoef te hoeven… we zie wel hoe goed dat gaat lukken). Vorige week is het me zelfs gelukt een hele dag computerloos te zijn. Geen email of weblogs gelezen, niet gewerkt, en alle informatie die ik nodig had opgezocht op teletekst en in mijn eigen boekenkast. Een dag van hemelse rust. Lang leve de komkommertijd.

3.7.08

Magische Midas



Als het niet stuk is, hoef je het niet te repareren. Of: te vervangen. Gewoon de dingen gebruiken die je hebt, tot ze echt van ellende uit elkaar vallen. Ik hoef niet altijd het nieuwste, verbeterde model. Daarom heb ik een mobiel die zó sukkelig is dat hij laatst een wildvreemde in een café wist te ontroeren: "ach, wat leuk, zo één had ik er ook, 5 jaar geleden". Mijn staafmixer is 10 jaar oud, mijn keukenma-chine nog ouder, maar allebei doen ze het nog prima. Ik had nog jaren door kunnen leven met onze bakbeest kleuren tv, als Dennis er geen flatscreen door had gedrukt. Ik noem mijn verweerde apparatuur 'vintage' en dat verbergt prima dat ik te zuinig ben om nieuwe dingen te kopen, en te lui bovendien (Naar de winkel. Research doen naar nieuwe modellen. Wat is het beste en waarom? Terug naar de winkel. Met een apparaat naar huis sjouwen. Gebruiksaanwijzing begrijpen. Nieuwe plek in keukenkastje creëren (want nieuw apparaat heeft nooit hetzelfde formaat als het oude). Oud apparaat wegooien, of iemand vinden die er nog iets aan heeft, dat gebeurt natuurlijk niet, oud apparaat staat in de berging te verstoffen.)

Het lot bracht ons een riante cadeaubon van Duikelman, en de voorwaarde dat we die alleen mochten besteden aan iets wat we allebei leuk vinden. Nu ben ik van mening dat Dennis, die alles mag opeten wat ik kook, plezier heeft van elk nieuw keukenattribuut. Maar ik snap ook wel dat hij geen onmiddellijke vreugde beleefd aan een nieuw mes of een nieuwe koekenpan. Gelukkig staan bij Duikelman de ijsmachines vlak bij de ingang. Ah, een ijsmachine! Die hebben we niet (we hadden er een, maar die is stuk gegaan en vlak voor de verhuizing bij het vuil beland). Die hebben we dus écht nodig. Hoe heerlijk, zelfgemaakt ijs. Nu nog een model kiezen… tussen de welbekende elektrische machines staat ook een intrigerend apparaat, dat eigenlijk geen apparaat is. Een grote rvs pan, die Midas heet.


Toch eerst maar naar huis en aan Google gevraagd, of dit wat is. De meeste ijsmachines houden de ijsmassa tijdens het bevriezen continu in beweging, om de vorming van ijskristallen te voorkomen. De Midas werkt volgens het principe dat als je het ijs zo snel mogelijk bevriest, zich bijna geen kristallen vormen, zodat je die ook niet hoeft op te breken. Gewone ijsmachines hebben een gat in het deksel wat voor koudeverlies zorgt. (Klik hier voor een artikeltje van Wouter Klootwijk waarin het principe duidelijk wordt uitgelegd). De Midas is een dubbelwandige pan met een deksel die het ijsmengsel her-metisch afsluit. Je zet pan en deksel 24 uur in de vriezer om de zoutoplossing in de pan te laten bevriezen. Dan gooi je je ijsmengsel erin, deksel erop, en 20 minuten later heb je ijs!
na 25 minuten zie je de pan langzaam ontdooien

Werkt het? Het werkt. De Midas gebruiksaanwijzing raadt aan om tussendoor het ijs wel even om te scheppen, zodat het iets luchtiger wordt. Dat heb ik gedaan, maar ik denk eigenlijk dat het niet nodig was geweest. Het eerste ijs: perzik-maple syrup. Dit weekend komen er vrienden op de thee, die eigenlijk liever op het ijs willen komen. Voor zondag staat er dus chocolade ijs op het programma…


Perzik/maple syrup/pecannoten ijs
250 ml. slagroom
250 ml. volle melk
4 eidooiers
50 gram suiker
50 ml. maple syrup
50 gram pecannoten, fijngehakt en geroosterd
2 grote, rijpe perziken
sap van een halve citroen
1 eetlepel suiker

Schil de perziken en pureer het vruchtvlees samen met het citroensap en de eetlepel suiker. Verhit de melk en slagroom in een pan. Klop de dooiers met de 50 gram suiker. Giet een beetje van het wamre melk/room mengsel bij de dooiers, en giet dan dit mengsel al kloppend met een garde terug in de pan. verhit op laag vuur, steeds roerend, tot je een iets ingedikte custard hebt.
Roer de maple syrup en geppureerde perzik erdoor en laat dit mengsel in de koelkast goed koud worden.

Bevries in een ijsmachine naar keuze, volgens de instructies.

29.6.08

De macaron marathon op de thuisbasis



Goed, ik bleef dan maar zeggen dat ik het nooit zelf zou proberen: macarons maken. Te moeilijk, ik ben geen bakker, en zelfs semi-professionele bakkers ondervinden flinke tegenslagen (David Lebovitz, na 5 pogingen: "At this point, I just wanted to quit, sit down, and watch Desperate Housewives".)


Maar het kriebelde toch. Na zoveel over deze magische koekjes geschreven te hebben wilde ik toch een gevoel krijgen voor het bakproces, en erachter komen waarom ze zo temperamentvol en complex zijn. En toen ik gisteren op de markt een zakje amandelmeel zag liggen, beschouwde ik dat maar als een voorteken.

Gisteravond snel wat gegoogled op macaron recepten, en deze sprong er uit als eenvoudig, down to earth, en vol goede tips. Voor het slapengaan een paar eiwitten op het aanrecht gezet om te ´rijpen´ (eerste magische handeling), en vanmiddag, na een ochtendje stoeien met pdf bestanden (zie voorgaande post...) was het zover.

Ik maakte de helft van het recept van Robyn Lee op Serious Eats. Mijn koekjes hebben minimale voetjes (maar net genoeg om er blij mee te zijn). Zoals altijd was het lastig voor me om geometrisch consistent te zijn: zelfs nadat ik braaf cirkels op het bakpapier had getrokken, zijn nóg alle koekjes ongelijk.

Ook zijn ze iets te groot: ik had er geen rekening mee gehouden dat ze iets uitlopen na het opspuiten. Hierdoor is waarschijnlijk de baktijd iets te kort geweest, en zijn ze van binnen net een tikje te zacht en ongaar. Moeulleux in de overtreffende trap, zeg maar.

Toen ze uit de oven kwamen was ik eigenlijk heel blij. Ik had tegen Dennis gezegd dat er 97 % kans was op totale mislukking, en dat was waarschijnlijk de reden dat ik niks in huis had wat als vulling kon dienen. Uiteindelijk improviseerde ik een botercreme van boter, een beetje melk, espressopoeder, gemalen amandelen en poedersuiker. Lang niet verkeerd.

Eindoordeel: amandelmeel was niet fijn genoeg (hoewel ik het nog samen met de suiker in de keukenmachine heb gemalen), daardoor is de structuur niet egaal en glad. De voetjes kunnen dramatischer. Van een paar macarons was de bovenkant gebarsten - waarom?

Maar hoe dan ook, alles bij elkaar, met zo´n kleine slagingskans, mag ik niet ontevreden zijn. Hoera!

Eerdere afleveringen in de macaron saga:
Het Parijse ideaal
Amsterdamse test: Tout, van Wely en Amaison
Amsterdam: Kuyt
Macarons in Antwerpen: Del Rey
Amsterdam: Douglas Delights

Klary in de krant


Voor wie het Parool van zaterdag 28 juni gemist heeft, en voor iedereen die niet in de buurt van Amsterdam woont, hier een link naar het artikel over mij:
Ate smahk-a-lick

De pdf is een beetje mistig, maar ja ik ben nu eenmaal geen webdesigner. Je krijgt tenminste een idee, en de letters zijn (net) leesbaar! Veel plezier!

26.6.08

3 + 2 = 5

Wat te doen als 2 van je liefste vriendinnen tegelijkertijd hoogzwanger zijn?

Je wacht tot je man in een Ver Buitenland zit, en dan nodig je ze uit voor een meisjesavond.

Schenk ze cranberrysap (en neem zelf een glaasje rosé)



En serveer de hummus en pitta chips op de vuilnisbak in de keuken, zodat je vriendinnen een stoel bij het aanrecht kunnen schuiven en je kan bijpraten terwijl je de laatste hand aan het eten legt:
Gegrilde kip met munt, salade met sperzieboontjes, en een soort versimpelde, gedeconstrueerde versie van deze pasta (zonder de pasta): geroosterde pompoen met tomaat, pancetta en balsamico.

Bak tenslotte een hele grote schaal met poffertjes (terwijl je vriendinnen even op de bank gaan liggen en zwangerschapsnieuwtjes uitwisselen) en serveer die met verse aardbeien, een beetje gesmolten boter, poedersuiker en heel veel crème fraiche.

Zwaai ze uit en mijmer een beetje over veranderende tijden (verandering is mooi en goed, maar soms ook ingewikkeld en weemoedig stemmend). En verheug je dan op de toekomst.. over een paar jaar zijn deze nu nog onbekende baby’s nieuwsgierige peuters: leuk om koekjes mee te bakken.

Pompoensalade met tomaatjes en pancetta1 grote butternut squash (flessehalspompoen)
ca. 15 kleine, zoete, rijpe kerstomaatjes, gehalveerd
olie, peper, zout, een beetje gedroogde tijm
balsamicoazijn
75 gram pancetta, in dunne plakjes
Geschaafde parmezaan

Verhit de oven voor op 200 C.
Snij de pompoen doormidden, dan in de lengte halveren. Snij de zaadjes en het wollige binnenste eruit, schil de stukken en snij ze dan in niet te dunnen plakken. Leg de plakken op een met bakpapier beklede bakplaat, bestrooi met zout en peper en een beetje gedroogde tijm, en begiet met een paar eetlepels olie. Meng de stukken pompoen met je handen zodat de olie goed verdeeld raakt. Rooster in de hete oven ca. 15 minuten, de stukken moeten dan zacht en bruin beginnen te worden. Strooi de gehalveerde tomaatjes er tussen en bak die nog een paar minuten mee (ze moeten net zacht beginnen te worden). Haal de bakplaat uit de oven en laat afkoelen.
Bak de plakjes pancetta in hun eigen vet in een droge koekenpan knapperig uit. Schep de pompoen en tomaatje op een mooie schaal, sprenkel er wat balsamicoazijn over. Verdeel de warme plakjes spek erover en tenslotte wat parmezaankrullen.
Mocht je verse basilicum in huis hebben, dan is dat erg lekker erbij.

25.6.08

Kijken mag, aankomen niet



Wat zie je op de foto boven dit stukje? Je ziet mij, dansend naast mijn vriendin M. Zij is onherkenbaar, en ik eigenlijk ook, behalve voor wie heel vertrouwd is met mijn, uhm, rondingen. Ik weet niet wie deze foto gemaakt heeft. Ik was op een feest, met zo’n 50 andere mensen, en zeker 10 van die mensen hebben in de loop van de avond de camera vast gehad. Ik zou al die mensen kunnen gaan vragen of ze het goed vinden dat ik deze foto op mijn blog zet. Maar ik heb zo’n idee, dat ze me uit zouden lachen. De meeste van hen zullen zich niet meer herinneren dat ze foto’s gemaakt hebben. Wie wil hier de credits voor krijgen?

Gisteren maakte een lezer me erop attent dat er een door mij gemaakte foto op een ander blog was verschenen. Ik ben er meteen naartoe gegaan en heb gemeld dat het mijn foto was – de volgende dag is de foto verdwenen en heeft de blogger een excuus gepost over het plaatsen van andermans foto’s. Vorige week nog vond ik een door mij gemaakte foto op het weblog van een respectabele Nederlandse blogger. Zo te zien maakt hij zelf (bijna) geen foto’s en gebruikt foto’s van anderen om zijn blog te illustreren. En dat zie je op veel blogs die meer informatie- dan beeldgericht zijn.

Als ik kijk naar de statistiekenteller van mijn blog, vermoed ik dat deze twee ‘incidenten’ maar het topje van de ijsberg zijn. Er wordt veel gegoogled op trefwoorden (de laatste weken zijn ‘macarons’ en ‘wilde perziken’ favoriet) maar zeker de helft van de bezoekers komt via een zoektocht op Google Images op mijn blog. En dat is niet zo gek, want als ik zelf bij Google Images ‘rabarber’ intik, krijg ik al op de eerste pagina 3 van mijn eigen rabarberfoto’s te zien. Of de luie blogger zonder camera zo’n foto dan ook gaat gebruiken, daar is (volgens mij) bijna niet achter te komen. De foto’s die je terugvindt op andermans blog zijn toevalstreffers. Of weet iemand een manier om als een detective het internet af te speuren, op zoek naar misbruik van je eigen plaatjes?

Is het eigenlijk wel misbruik? Of moet je vereerd zijn als iemand jouw foto mooi genoeg vindt om te gebruiken? Afgezien van copyright kwesties (en beeldrecht is volgens mij een ingewikkelde zaak) is er natuurlijk ook nog zoiets als fatsoen. Of netiquette, zoals internetfatsoen wel genoemd wordt.

Ik ga mijn foto’s niet van zo’n lelijk watermerkje voorzien. Iedereen mag mijn foto’s gebruiken als je vindt dat ze jouw verhaal illustreren op een manier zoals je dat zelf niet kunt. Ik ben vereerd als je een foto van mij mooi genoeg vindt om op je eigen blog te plaatsen. MAAR. Doe niet alsof je die foto, of erger nog het gerecht wat ik gefotografeerd heb, zelf gemaakt heb. Zet er gewoon bij hoe je eraan komt. Alle bloggers willen meer bezoekers, wat is het helemaal voor moeite om een linkje te maken of de naam van de fotograaf te noemen. Of ben ik nou heel naïef, en zijn foto’s op het internet vogelvrij? Bloggers van Nederland, wat vinden jullie ervan?

Morgen gaat het hier weer over eten. Met foto’s.

16.6.08

Zwaaien naar Bianca



De hele maand juni speelt Johannes van Dam de hoofdrol in Eten met Bianca, het culinaire programma van at5. Wie van eten houdt, kan om Johannes niet heen, en wat je ook van hem vindt (hij roept zowel vurige bewondering als heftige irritatie bij mensen op), dit zijn mooie programma´s. Van Dam woont in een piepklein Amsterdams appartement, zo volgestouwd met boeken en culi memorabilia, dat de cameraman er niet in paste en Bianca Tan zelf met een kleine camera alles heeft gefilmd. Daardoor voel je je ook een beetje bij Van Dam op bezoek en aan tafel (hoewel hij geen eettafel heeft, en met zijn assistent aanschuift aan het bureau waarop ook de computer staat). In de tweede aflevering zegt Clairy Polak zoiets als: “het vervelende is natuurlijk dat hij gewoon echt alles beter weet” – en hoewel ik denk dat zélfs Johannes van Dam niet alles beter weet als het over eten gaat, is het wel weer leuk om te zien hoe hij ook hier weer zijn eigen karakteristieke betweterige zelf is. In de eerste uitzending maakt hij asperges in de magnetron, en kan het niet laten een sneer te geven naar de culinair journalisten (´keukenprinsesjes´ noemt hij ze) die hebben gezegd dat dat helemaal niet kán, asperges in de magnetron. “Ze zeggen dat het harde stokken worden. Nou, zeg nu zelf, zijn dit harde stokken? Nee toch?”

In de tweede uitzending kijkt Van Dam genietend hoe Bianca een tuinbonenomelet en een bakje rabarber verorbert. Nee, hij vindt het niet ongezellig om altijd alleen te eten, zegt hij. In je eentje kun je eigenlijk beter proeven. Je krijgt de indruk dat hij mensen ook vaak maar lastig en vervelend vindt. Voor de gezelligheid heeft hij een kat. Hoe heet ze? vraagt Bianca. “Gewoon, poes”.

Morgenavond en volgende week de laatste 2 afleveringen, maar de eerste 2 kan je nog zien via de website van Eten met Bianca. En dan raad ik je aan om gelijk even door het archief te gaan en nog wat uitzendingen te bekijken, zolang de website nog bestaat. Want waarom staat er een foto van een leeg vliegveld boven dit stukje? Omdat het me ter ore is gekomen dat Eten met Bianca wegbezuinigd wordt bij at5. Ik had het naïeve idee dat at5 meer belang hechtte aan mooie, ongewone, Amsterdamse, oprechte en leuke programma´s dan aan geld. Dat at5 nog zo´n oase op de Nederlandse tv was waar de kijker serieus genomen wordt en niet alleen maar als consument wordt gezien. Té naïef, dat blijkt wel weer. Ik hoop dat ze weten wat ze doen. Misschien krijgen Bianca Tan en de andere programmamakers die op een zijspoor worden gezet in deze opschoningsronde, toch nog de kans om mooie dingen voor ons te maken zoals ze dat tot nu toe gedaan hebben.

Een paar van mijn favorieten uit het Eten met Bianca archief:
Bloedworst
Koosjere kippensoep
De baso van de vader van Bianca Tan
Jagen op eend

Vaarwel Eten met Bianca, ik zwaai je uit en zal je missen.

14.6.08

De macaron marathon gaat naar het Gooi


Een lezer had me attent gemaakt op Koek en Chocolade in Laren, en een paar weken geleden ging ik op een mooie zonnige zaterdag op expeditie naar het Gooi (voor een blogger zonder auto echt een onderneming: een uur en 3 kwartier heen, een uur en 3 kwartier terug – als dat geen macaron toewijding is!)

Laren is mooi en chique en alles wat je ervan verwacht: dure koffie, geblondeerde dames met grote zonnebrillen, klein hondjes met roze vestjes aan, en echt, binnen 10 minuten 2 BN-ers. Maar daar kwam ik niet voor, ik kwam voor macarons.
Ik had van tevoren gebeld om te vragen of er ze er zouden zijn, want ik wilde natuurlijk niet voor niks naar Laren afreizen. Koek en Chocolade verkoopt in de winkels in Laren en Utrecht koekjes en bonbons, de macarons leveren ze vooral aan de horeca. Maar als er genoeg is, dan liggen ze ook in de winkel.


De macarons van Jos van Velzen hebben verschillende smaken, dat wil zeggen, de eiwitkoekjes hebben verschillende smaken: kerrie, zuurtjes, mokka, chocola. Maar de vulling van alle macarons is gelijk, een ganache van pure chocolade. Ze zijn een slagje kleiner dan de macarons van Douglas Delights en Tout, en hebben een wat onregelmatiger oppervlak.
De structuur van deze macarons is anders dan van elke andere macaron die ik tot nu toe geproefd heb. De binnenkant van het koekje is niet bros en droog of zacht en romig, maar heeft een stevigheid en taaiigheid die bijna in de richting van een bitterkoekje gaat. Je merkt het als je erin bijt en als je erop kauwt: deze macaron biedt weerstand. Niet minder lekker, maar anders.
De smaak is heerlijk (hoewel de kerrie-macaron me niet overtuigt), maar ik vind het persoonlijk erg jammer dat alle macarons een chocoladevulling hebben. De grote charme van macarons, voor mij, is juist de speelsheid en verscheidenheid aan smaken. Dit zijn geweldige macarons voor chocolade liefhebbers, bijna een kruising tussen een macaron en bonbon. Maar voor mij missen ze de luchtige elegantie en de fantasievolle smaken waarnaar ik sinds mijn Parijse macaron-ervaring op zoek ben.


Eerdere afleveringen in de macaron saga:
Het Parijse ideaal
Amsterdamse test: Tout, van Wely en Amaison
Amsterdam: Kuyt
Macarons in Antwerpen: Del Rey
Amsterdam: Douglas Delights

10.6.08

Als de man van huis is...

... dansen de ratten op tafel


en eet de vrouw postelein!


Pasta met postelein voor 1
250 gram postelein
50 gram gerookte spekreepjes
1 teen knoflook, gesnipperd
75-100 gram gedroogde pasta
peper, zout, chilivlokken
een beetje parmezaanse kaas
gepocheerd ei, om te serveren

Zet een pan water op voor de pasta.
Bak het spek zachtjes uit in een koekenpan. Was intussen de postelein en snij een stukje van de steeltjes af. Als het spek is uitgebakken, de knoflook in de pan doen en even meebakken. Dan de postelein met aanhangend water erbij, peper en zout en chilivlokken toevoegen, en op laag vuur laten stoven terwijl je in de andere pan de pasta kookt.
Als de pasta bijna klaar is het ei pocheren.
Schep de pasta uit de pan met een schuimspaan, en doe bij de postelein. Goed omscheppen. (Ik deed er op dit punt nog wat gehalveerde cherrytomaatjes bij, maar vond later dat ik dat beter niet had kunnen doen.)
Doe de pasta in een diep bord, strooi er wat parmezaan over en leg het gepocheerde ei er bovenop.

Eet bij een aflevering van de Gilmore Girls.

8.6.08

Suquillo van David



Wat doe als je op zaterdagmiddag thuiskomt van de markt, met een tas vol fijne boodschappen, en de telefoon gaat en je krijgt de volgende mededeling: “Ik heb teveel vis gekocht. Komen jullie het helpen opeten? Ik maak hetzelfde als vorige keer, omdat het zo lekker was” – dan kijk je hoe bederfelijk je inkopen zijn, en of ze nog een dagje kunnen wachten, en dan verheug je je op een heerlijk diner.

´Hetzelfde als de vorige keer´ is David´s versie van een recept geheten suquillo de pescadores. Tussen zijn kookboeken ligt een beduimeld knipsel uit een stokoude Avenue, zonder credits, maar volgens hem is het een recept van Wina Born die voor Avenue in Spanje langs alle grote restaurants ging om de chefs hun favoriete recepten te ontfutselen. Het geheim van dit recept is de pasta van tomaat, knoflook en brood, die in olijfolie wordt gebakken en dan een heerlijke, rijke saus wordt voor verschillende soorten vis - gisteren was het inktvis, zeeduivel, heek, rivierkreeftjes en Noordzee´vongole´.
voorgerechtje: parmigiana di melanzane

David is een andere kok dan ik, een kok van het grote gebaar en intuïtie, pannen op het vuur zetten en zich omdraaien en iets anders gaan doen (“wordt dat niet te heet?” vraag ik dan, voorzichtig). Alles komt altijd goed, maar de aanwijzingen die ik tijdens het koken heb neergekrabbeld zijn niet altijd even precies. Maar zo ongeveer, is dit de geweldige suquillo de pescadores van David!


Suquillo de pescadores
Voor 4 personen
4 kleine mootjes heek
4 stukjes zeeduivel
4 rivierkreeftjes
Een handje vongole
Een stuk inktvis, in grote stukken gesneden
Bloem, peper, zout

Wat visafval (graten en koppen) voor de bouillon
Een bouquet voor de bouillon: peterselie, wortel, ui, prei.

Voor de saus:
4 kleine, heel rijpe tomaatjes
2 dikke sneden stokbrood, in wat olijfolie om en om goudbruin gebakken
Een handje geroosterde pijnboompitten
Een sjalotje
4 tenen knoflook
Een handvol verse peterselie
Een scheut pernod of pastis

Doe de graten en koppen in een pan met ruim koud water. Breng aan de kook en laat een half uurtje trekken. Zeef dan de bouillon, gooi het visafval weg, en zet de bouillon opnieuw op met het bouquet. Laat op middelhoog vuur inkoken.

Verhit de oven voor op 200 C.

Draai in de keukenmachine een pasta van de sausingrediënten. Voeg terwijl de motor loopt nog een scheutje olijfolie toe, het moet een gladde dikke saus worden.

Was de vongole en doe ze in een pan met een klein scheutje witte wijn, laat ze met het deksel op de pan stomen tot ze opengaan. Neem van het vuur.

Snij de rivierkreeftjes in de lengte doormidden.

Droog de inktvis, heek en zeeduivel met keukenpapier en bestrooi ze met zout en peper. Wentel ze daarna door wat bloem.


Verhit wat olie in een grote koekenpan en bak hierin snel de stukken vis om en om zodat ze een bruin korstje krijgen, laat ze niet te lang doorgaren.
Zet een grote, ovenvaste schaal op het vuur en verhit hierin wat olijfolie. Bak hierin de saus-pasta een paar minuten op middelhoog vuur, tot het geurig is. Blus af met een paar lepels uit de pan met visbouillon (de rest van de bouillon wordt niet gebruikt, die kun je invriezen voor later gebruik). Proef op zout en peper. Leg de heek, zeeduivel en inktvis in de saus en zet de ovenschaal ca. 10 minuten in de oven.

Bak in een klein beetje olijfolie de halve rivierkreeftjes tot het vlees stevig is.

Neem de schaal uit de oven en leg de vongole en rivierkreeftjes bovenop de vis. Garneer met peterselie en citroen, en serveer met heel veel goed brood om de geweldige saus mee op te soppen!

6.6.08

Postelein, eindelijk



Het is tijd voor een bekentenis.
Tot afgelopen woensdag had ik nog nooit postelein gegeten.
Ik weet het, het is ongelooflijk. Een foodblogger met een uitgesproken zwakke plek voor de Hollandse keuken, voor nieuwe dingen, voor groene bladgroenten. Hoe is het mogelijk dat deze oerhollandse groente dan tot nu toe aan me voorbij is gegaan? Ik heb het nooit gekocht, nooit gegeten, nooit klaargemaakt. Maar vreemder is haast nog dat ik het ook vroeger nooit gegeten heb. Mijn opa had een tuin vol postelein, en dat was maar goed ook, want mijn oma was er dol op. Maar mijn moeder lustte het niet, en dus kwam het bij ons thuis niet op tafel. (Ze hield ook niet van andijvie, maar dat was weer mijn vaders lievelingskostje, dus dat maakte ze, zij het met lichte tegenzin, wél klaar).

Dat is natuurlijk niet echt een verklaring. Als ik begin met het opsommen van alle dingen die mijn moeder niet maakte, en die ik wel regelmatig op tafel zet, dan kan ik rustig doortypen tot ik een muisarm heb. Nieuwe dingen maken me nieuwsgierig. Maar postelein dus niet. Jarenlang heb ik het op markten genegeerd.


Andere bronnen hebben me ook niet nieuwsgierig gemaakt door de jaren heen: heb er niet vaak over gelezen, kwam het in kookboeken niet tegen. Ik weet er de Engelse naam niet voor, dus als er al recepten voor in mijn voornamelijk engelstalige kookboeken staan, dan heb ik ze niet herkend. Ik heb het nooit op het menu van een restaurant gezien. Nu ja, allemaal smoesjes!

Woensdag gebeurde het: ik zag een grote bak postelein bij de supermarkt liggen. Ik had nog geen plannen voor het avondeten. Ik dacht: waarom niet? (waarom ik dat ineens dacht, dat blijft een raadsel).

Thuis maar snel even gegoogled om te kijken wat ik ermee moet. Er komt niet héél veel naar boven drijven, maar wel leer ik al snel dat postelein in het Engels purslane heet, dat het in veel landen (met name in Amerika) als een onkruid gezien wordt, in Midden Europa en India veel gebruikt wordt, dat Nederland één van de weinige landen in West Europa is waar het als groente gewaardeerd wordt. En nog meer leuke weetjes: het zit vol cholesterol verlagende omega3 vetzuren, Gandhi was er dol op, en Plinius adviseerde om het plantje als amulet bij je te dragen, om het kwaad af te weren.

Alles leuk en wel maar nu moet het maar eens gegeten worden. De recepten die ik vind geven bereidingswijzen uit alle hoeken van het culinaire spectrum: rauw in salades, gebakken, gestoofd, in soep. Ik heb een hele grote zak gekocht dus wij eten 2 avonden achter elkaar postelein.

Eerst maar eens rauw proeven. Stevige blaadjes, met pittige, licht zure, intens ‘groene’ smaak. Een soort kruising tussen waterkers, radijsblad, zuring en snijbiet. Lekker.
Woensdag schep ik de rauwe blaadjes door een met mosterdmayonaise aangemaakte aardappelsalade. We eten er een rosé gebraden lamsboutje bij en ik vind het een heerlijk voorjaarsmaaltje. De volgende dag wil ik de postelein warm verwerken, en omdat ik aanneem dat je het kunt gebruiken zoals spinazie, wordt het een spanakopitta-achtige filo taart met feta en bosui. De postelein eerst gaar gestoofd met knoflook: net als spinazie en snijbiet slinkt het enorm, maar blijft wel stevig.

Tijdens het eten zegt Dennis: "Ik geloof dat ik niet zo van postelein hou." Doorvragen levert de adjectieven 'zurig' 'metalig', 'grassig' en 'gronderig' op. Het verbaast me hogelijk, omdat hij wel veel van spinazie en snijbiet houdt. Hij zegt dat het meer op andijvie lijkt dan op spinazie. En ik denk aan mijn moeder die geen andijvie én geen postelein lust. Hm. Smaak blijft een vreemd, ongrijpbaar iets!

Ik heb genoten van de postelein, zowel rauw als in de taart. En en passant heb ik ook dit heerlijke filotaartje verzonnen, wat overigens denk ik ook heel lekker zou zijn met een vulling van spinazie. Of andijvie...


Postelein feta taartje

1 pak filodeeg (250 gram), ontdooid
500 gram postelein, gewassen, schoongemaakt gewicht (dwz de worteleindjes eraf gesneden)
100 gram goede feta (niet te zout)
1 bosje lenteui, gewassen en in stukjes gesneden
2 tenen knoflook
Peper en zout en nootmuskaat
1 ei
olijfolie
sesamzaad
de bodem van een springvorm van 20 c. doorsnee
Verhit de oven voor op 180 C.

Verhit een eetlepel olie in een koekenpan en bak hierin de knoflook en bosui zachtjes glazig. Stoof in een grote pan de postelein met aanhangend water, tot deze zacht is. Laat in een zeef goed uitlekken en druk er zoveel mogelijk vocht uit. Snij de postelein wat kleiner. Doe de postelein, in blokjes gesneden feta, peper zout en nootmuskaat bij de knoflook/bosui. Laat het mengsel wat afkoelen en roer er dan een losgeklopt ei door.

Leg een plakje filo op de springvormbodem. Smeer het deeg in met olie en leg er een ander plakje bovenop, iets verspringend. Ga zo door met de helft van alle plakjes deeg (elk plakje met olie insmeren). Schep de vulling erop. Vouw de overhangende deegrandjes over de vulling, en leg dan een plakje deeg bovenop het taartje. Vouw het eromheen (alsof je een bed opmaakt). Smeer het deeg in met olie en ga door met de rest van het deeg, vouw elk plakje eromheen tot het deeg is opgebruikt. Je hebt nu een soort taartkussen. Smeer de bovenkant weer in met olie, besprenkel met sesamzaad. Bak het taartje ca. 35 minuten op 180 C. Laat iets afkoelen voor het serveren.


*******************
naschrift: mijn moeder (trouw lezer van dit weblog) meldt me dat de postelein die mijn opa in de tuin had, heel wat anders was dan de postelein die je in de winkels kunt kopen. Kortere stelen en dikkere bladen! Mijn oma had voor de langstelige winkel-postelein (het soort waar ik deze week mee aan de slag ben geweest) geen goed woord over. "Apenhaar", noemde ze het...