Showing posts with label Graan. Show all posts
Showing posts with label Graan. Show all posts

13.2.12

Rood en wild



Rode rijst en wilde rijst zijn allebei heerlijk om lauwwarm of op kamertemperatuur in salades te verwerken, met veel groente en een pittige of zurige dressing die contrasteert met de aardse rijst. Zie bijvoorbeeld hier voor een salade van rode rijst met witlof, nootjes en abrikozen, en hier
voor een wilde rijstsalade met geroosterde broccoli en asperges.

Laatst had ik nog maar een klein restje rode en een klein restje wilde rijst toen ik zo'n salade wilde maken. Nu weet ik dat ze ongeveer dezelfde kooktijd hebben, dus waarom de twee niet gecombineerd? Het werkte goed. Ze hebben een vergelijkbare, maar toch niet helemaal gelijke, noot-achtige smaak. De wilde rijst houdt na het koken een iets taaiere bite. En de combinatie van roodbruine, dikke korrels en lange, dunne, diepbruine korrels ziet er op je bord ook nog eens erg mooi uit.

De licht bittere gegrilde sla past er goed bij. Zo wordt het een verrassend en voedzaam vegetarisch voorgerecht voor 4-5 personen. Als je de sla weglaat is de rijstsalade een mooi bijgerecht bij, bijvoorbeeld, een gebraden kip of (lams)gehaktballetjes.
Ik had toevallig heerlijke belegen schapenkaas in de koelkast, maar je kunt ook een geitenkaas (hard of zacht) of zelfs wat schaafsel Parmezaan gebruiken. Het pittig-zoute van de kaas is er erg lekker bij.



Rode Wilde Rijstsalade

40 gram wilde rijst
40 gram rode rijst
250 gr pompoen, schoongemaakt gewicht, in blokjes
2 flinke rode uien, in partjes
1 volle eetlepel verse tijmblaadjes
2 etlepels olijfolie
1 teen knoflook gekneusd
1 eetlepel japanse sojasaus
1 eetlepel ciderazijn
verbrokkelde geiten- of schapenkaas, of parmezaankrullen
2 little gems
olijfolie
zout & peper
citroensap

Verwarm de oven voor op 200 C. Spreid de pompoen en ui in 1 laag uit op een met bakpapier beklede bakplaat. Bestrooi met zout en peper en druppel er wat olie over.
Was de rijst, doe in een pan met ruim water en wat zout. Breng aan de kook en laat 40-45 minuten zachtjes koken.
Rooster de pompoen en ui ca. 30 minuten of tot de pompoen zacht is en de ui goudbruin en een beetje krokant.
Giet de rijst af, laat goed uitlekken en doe in een kom.
Verwarm in een klein pannetje op laag vuur de 2 eetlepels olijfolie met de tijmblaadjes en de gekneusde teen knoflook, een minuut of 2, tot de knoflook heel geurig is. Verwijder de knoflook en roer de sojasaus en azijn erdoor en breng op smaak met zout en peper. Schep de dressing door de nog warme rijst. Schep dan de pompoen en ui erdoor en laat op kamertemperatuur staan.
Snijd de little gems doormidden en de helften daarna in 3 of 4 partjes. Let op dat je steeds een stukje van het stronkje intact houdt, dan vallen de partjes straks niet uit elkaar. Verhit een grilpan op middelhoog vuur. Bedruppel de sla met wat olie en grill ze dan, een paar minuten per kant.
Bestrooi de sla met wat zeezout en druppel er wat citroensap over. Schep de rijstsalade op een grote schaal en brokkel de kaas erover. Bestrooi eventueel nog met wat extra tijm. Leg de partjes sla ernaast en serveer.

7.1.12

Courgette, en....




Ik heb drie mensen laten raden naar het 'geheime', beetje rare ingrediënt in deze courgettesoep.

Pompoen, werd er gezegd, zoete aardappel, knolselderij misschien?

Nee, het is een appel.

De eerste keer was het een toevallig gelukje - ik was courgettesoep aan het maken en wilde hem met aardappel wat meer body geven, bleken de aardappels op te zijn. Maar er lag nog wel een appel in de fruitschaal.
Het was een succes, en sindsdien heb ik 'm nog twee keer gemaakt. Zelf hou ik erg van het frisse, hout-achtige aroma van verse oregano, en dat werd hier het smaakmakend kruid. Maar verse tijm, rozemarijn of salie zouden denk ik ook erg lekker zijn.
De bulgur geeft er een beetje notige bite aan. Alles bij elkaar een makkelijke, gezonde en (natuurlijk vooral) erg lekkere soep.

Wie kan trouwens inmiddels raden wat voor dit jaar mijn goede voornemen was (en is)?



Courgettesoep met appel

2 sjalotjes, gesnipperd
1 courgette, in blokjes
1 niet te zure appel (bv Jona Gold), geschild en in blokjes
500 ml lichte bouillon
1 eetlepel verse oregano, klein gesneden
een handje (volkoren) bulgur
peper, zout
klein scheutje olijfolie
voor de garnering: pompoenpitten en chilivlokken, geroosterd, en nog wat extra oregano

Bak de sjalotjes in de olie op laag vuur tot ze zacht zijn. Voeg de courgette toe en stoof deze met het deksel op de pan een paar minuten.
Doe de bouillon, appel en oregano in de pan. Breng aan de kook en laat ca. 20 minuten zachtjes koken.
Pureer de soep met de staafmixer en zet weer op het vuur. Doe de bulgur erbij en kook nog een minuut of 5 of tot de bulgur zacht en gaar is. Breng op smaak met zout en peper en garneer met de pompoenpitten en nog wat verse oregano.

5.1.12

Polenta, maar dan makkelijk


Johannes van Dam gaf dit weekend in het Parool een 'makkelijke' manier om polenta klaar te maken - als tip voor iemand die wel van polenta houdt, maar die het traditionele recept (waarbij je een flinke tijd aan het fornuis moet blijven staan, al roerend in een grote pan met heftig pruttelende pap) teveel werk en gedoe vindt.
Zijn recept: polenta in de magnetron, waarbij je dan wel nog een paar keer de schaal eruit moet halen en agressief door moet roeren.

Mijn tip? Het kan echt nog makkelijker. Sinds ik Paula Wolferts recept gebruik uit haar boek 'Slow Mediterranean Kitchen' heb ik nooit meer polenta spetters van mijn kookplaat hoeven poetsen. Polenta en water in een ovenschaal, na ruim een uur even doorroeren, en voilà, perfecte polenta.

Voor zachte polenta-pap gebruik je 5 x zoveel water als polenta, dus, bijvoorbeeld, 1 kopje polenta en 5 kopjes water. Voor een iets steviger consistentie, 4 kopjes water. Experimenteer hier een beetje mee tot je de verhouding hebt gevonden die je zelf het beste vindt.

Verwarm de oven voor op 180 C. Vet een ovenschaal in met een beetje olie of boter. Meng in de schaal je polenta, het water, een scheut olijfolie, en een flinke snuf zout. Het ziet er eraar en niet erg veelbelovend uit, maar dit gaat goed komen.
Bak, ongeveer een uur en een kwartier - dan moet het en dikke pap zijn geworden. Roer het 1 x goed door met een vork en bak dan nog 10 minuten (ik zet dan vaak de oven vast uit).

Serveer meteen, als zachte pap, of laat afkoelen om in plakjes te serveren (die kun je eventueel ook weer opbakken in een koekenpan of grillen). Dit laatste gaat het beste met polenta die je met wat minder water hebt bereid.



8.10.11

Muffins met gierst, honing en sinaasappel




Soms werkt het gewoon! Je zegt op je blog dat je iets graag wilt hebben, en een paar weken later ga je bij je ouders op bezoek en ligt daar een pakje voor je klaar. Niet dat ik daar nu misbruik van ga maken en meer hints ga laten vallen. Maar dat het een keer gebeurt, is in alle opzichten een mooi cadeau.

Er staat een hoop in dat ik wil maken (geroosterde boerenkool met kokos en sesamolie! avocado's met groene chili en mosterdzaad! taco's met cantarellen! tapioca pudding met honing en rozenwater!) maar vandaag werden het muffins met gierst.

'Millet muffins' heeft een mooiere alliteratie, en minder van de muffe gezondheidswinkelassociaties van het woord 'gierst' (niet dat ik daar last van heb. Ik hou erg van gierst (zie bijvoorbeeld hier en hier voor meer gierst recepten) maar liefst wil ik natuurlijk dit zo aantrekkelijk mogelijk laten klinken om jullie over de gierst-drempel te helpen.

In het boek van Heidi Swanson staan deze muffins in de Ontbijt-sectie, typisch Amerikaans. Zelf eet ik sochtends liever een bordje yoghurt en een beetje fruit, en ook bij de koffie of thee vind ik muffins eigenlijk altijd te zwaar en te moeilijk verteerbaar. Ik vind ze wel heerlijk als begeleider van het avondeten, bij soep of curries of stoofgerechten.

Om ze wat meer de hartige kant op te sturen deed ik er wat extra zout in en een mespunt gedroogde tijm. Ik had geen citroenen meer en gebruikte daarom sinaasappelrasp en -sap, wat erg lekker is bij de tijm. Later dacht ik dat rozemarijn nog beter geweest was. De gierst geeft ze een heerlijk knappertje en door de yoghurt zijn ze totaal niet droog - nogal eens een euvel van muffins.

Verder is dit helemaal Heidi's recept... Bedankt Heidi!



Gierstmuffins mnet honing, sinaasappel en tijm
voor 6 stuks

140 gram volkorenmeel
40 gram gierst
1 theelepel zout
1/2 theelepel bakpoeder
1/2 theelepel baking soda
50 gram boter, gesmolten en afgekoeld
2 volle eetlepels honing
125 ml yoghurt
1 ei
1 eetlepel sinaasappelsap
1 theelepel sinaasappelrasp
1/2 theelepel gedroogde tijm

Verwarm de oven voor op 200 C. Bekleed een 6-stuks muffinpan met papieren vormpjes.
Meng in een kom de volkorenbloem, gierst, zout, bakpoeder, baking soda.
Meng in een andere kom de boter, honing, yoghurt, het ei, sinaasappelrasp en -sap, en tijm.
Meng snel en voorzichtig de natte door de droge ingredienten. Schep in de vormpjes en bak de muffins ca. 12-15 minuten. Laat afkoelen alvorens ze uit de papiertjes te pellen. Eet met boter en sinaasappelmarmelade, of bij (bijvoorbeeld) chili of tomatensoep.

28.8.11

Amaranth pannenkoekjes met romige doperwtenpuree



Het is moeilijk te zeggen waarom je soms in een geweldige kook-flow zit, en soms niet. Laat ik er maar niet teveel over nadenken en gewoon genieten van het feit dat ik de laatste tijd bijna moeiteloos een hoop mooie en lekkere dingen produceer.

Deze pannenkoekjes met doperwten puee waren het resultaat van het combineren van 2 inspiratiebronnen. Op het eGullet topic over 'Making Mexican at Home'ging het over amaranth pancakes, en om een of andere reden riepen die luid en duidelijk 'maak mij!'. Ik had wel eens amaranth klaargemaakt als graan-bijgerecht. Ik vond de smaak heerlijk - licht bitter, beetje grassig - maar de textuur was me te gummi-achtig, een klacht die ik wel vaker heb gelezen als het om amaranth gaat. Er pannenkoekjes van bakken leek dus een ideale oplossing.
Nu moet zo'n koekje wel bedekt worden met iets fris, romigs, koels en zachts. Guacamole zou goed werken. Maar het toeval wilde dat in dezelfde week waarin ik las over de amaranth pannenkoekjes, ik op mijn werk iets heel lekkers at. Eén van de lunch-chefs die dagelijks voor ons kookt is Mirella, de Cooking Yogi. Ik ben altjd blij als zij in de keuken staat, omdat ze onze gezondheid in het oog houdt en niet overal enorme klodders mayonaise doorheen gooit, maar vooral ook omdat ze leuke, nieuwe, originele combinaties bedenkt die me inspireren. (Rijst met kokos, avocado, mango en munt bijvoorbeeld. Ik had het niet kunnen verzinnen, het was heerlijk).



Doperwtenpuree maak ik wel vaker, maar soms valt die een beetje droog en korrelig uit. Mirella's puree wordt romig en zacht door gemalen cashewnoten. Als ik in het Engels zou schrijven, noemde ik dit Peacamole: het heeft de zalvige en vette structuur van een goeie guacamole, maar smaakt lichter, frisser en zomerser.




voor de pannenkoekjes:
100 gram amaranth, licht getoast in een droge koekenpan
300 ml koud water
ca. 20 min koken
2 eieren
flinke eetlepel masa harina of fijn maismeel
oli of ander vet om te bakken (ik bakte ze in reuzel)

Doe de geroosterde amaranth in een pan met het water. Breng aan de kook en laat ca. 20 minuten zachtjes koken. Je krijgt een dikke pap. Laat deze afkoelen en roer de eieren en de masa erdoor.
Bak er in een hete koekenpan kleine pannenkoekjes van (ik had ca. 10 stuks van deze hoeveelheid beslag).

voor de puree
150 gram doperwten (diepvries)
50 gram ongezouten cashews
scheutje olie
scheutje water
munt
limoensap
peper/zout
verkruimelde feta, om te serveren

Spoel de bevroren doperwten af in een vergiet onder de hete kraan tot ze niet meer koud en bevroren aanvoelen. Doe ze met de cashews, een handje fijngesneden munt, en een scheutje olijfolie in de keukenmachine en pureer. Het duurt even voor de noten echt gepureerd zijn in plaats van fijngehakt en ze hun olie beginnen vrij te geven. Voeg eventueel een klein scheutje water toe om de massa een beetje te 'helpen'.

Roer er limoensap, peper en zout naar smaak door. Knoflook uit de pers kan ook (ik eet geen rauwe knoflook, maar het zou hier zeker lekker zijn).

Serveer de pannenkoekjes met een klodder erwtenpuree en wat verkruimelde feta, en nog wat blaadjes verse munt.

12.8.11

Maïsbroodbroodpudding

Dát is pas een leuk scrabblewoord.



Ik had maïsbrood over, en iedereen weet dat maïsbrood het allerlekkerst is als het net uit de oven komt, en je het terwijl het nog warm is in stukken snijdt, dan klodders boter erop die net een beetje wegsmelten, en een paar korreltjes zeezout er boven fijnwrijven. Warm maïsbrood geurt goudgeel, zoals spinazie groen ruikt en aardbeien rood. Koud, overgebleven maïsbrood is een zielig aftreksel van dat heerlijke origineel - de stukjes bljven bij mij meestal een paar dagen op het aanrecht liggen, steeds verder uitdrogend, tot ik ze dan uiteindelijk maar weg gooi. Soms maak ik er croutons van, maar dat is alleen praktisch als je maar weinig maïsbrood over hebt.

Begin deze week had ik ineens een goed idee voor mijn restjes droog maïsbrood: een hartige broodpudding. De droge blokjes maïsbrood worden geweekt in een lichte custard van ei en melk, waardoor ze weer wat van hun levenskracht terug krijgen, en daarna gebakken in de oven met flink wat pittige kaas en kruidige tijm. Heerlijk, en ik hoef me nooit meer schuldig te voelen als er maïsbrood over blijft, integendeel, vanaf nu kan ik me dan voor de volgende dag hierop verheugen.

Het recept hangt natuurlijk een beetje af van hoeveel brood je over hebt. De basis verhouding voor zo'n 200 gram brood, in blokjes, is 1 losgeklopt ei vermengd met ca. 200 ml. melk. Breng de custard goed op smaak met zout en peper, en verdere kruiden en specerijen naar keuze. Zorg dat het brood in een niet te dikke laag in een ingevette ovenschaal ligt. Schenk de custard erover en laat een kwartiertje intrekken, strooi er dan een paar handjes pittige geraspte kaas over, en bak 20 minuten in een oven van 190 C of tot de bovenkant goudbruin is en de custard gestold. Zet de pudding eventueel nog even onder de grill.



4.7.11

Spelt en Maïs



Tot mijn verbazing zag ik dat ik nog nooit een recept voor cornbread heb gegeven, terwijl ik het toch heel vaak maak - er gaat weinig boven een geurig, warm, goudgeel cornbread als begeleider van een pittige chili of een zoetige pompoen- of tomatensoep.



Gisteren voegde ik als experiment speltmeel toe aan het maïsmeel, in plaats van gewone bloem. Het resultaat was een brood (denk overigens niet dat dit op een Hollands 'brood' lijkt: het is meer een soort cake) met een extra nootachtige, donkere smaak. Misschien niet iets voor altijd, maar een mooie variatie.

Cornbread, bijgerecht voor 2 personen

100 gram maïsmeel
60 gram speltmeel
1/2 eetl. bakpoeder
zout
2 eieren
125 ml karnemelk
1 eetlepel olijfolie
2 bosui
50 gram geraspte jong belegen kaas (ik had mosterdkaas in de koelkast, fenegriekkaas of komijnekaas zou ook erg lekker zijn)

Verwarm de oven voor op 200 C.
Vet een lage ovenschaal met een inhoud van 500 ml in met wat olie.

Meng in een kom de meelsoorten, zout en bakpoeder, en in een andere kom de eieren, karnemelk en olie.
Meng de natte door de droge ingrediënten.
Zet als de oven op temperatuur is de ovenschaal 5 minuten in de oven om hem op te warmen.
Schep de kaas en bosui door het beslag en giet het beslag in de opgewarmde ovenschaal.
Bak ca. 30 minuten of tot het cornbread gerezen en goudbruin is en een cocktailprikker er droog uit komt.

Eet warm, al dan niet rijkelijk besmeerd met boter. Restjes kun je bewaren, maak er de volgende dag croutons van.

22.6.11

Rode rijst salade


Ik geloof dat ik een soort halve vegetariër begin te worden. Of een driekwart vegetariër misschien. Ik heb dagelijks zin in graan, groente, tempeh en tahoe; en maar af en toe trek in vlees, vis of kip. Vandaag ging even de gedachte aan een hele, geroosterde kip door mijn hoofd. In plaats daarvan aten we deze salade van rode rijst met nootjes, gedroogde abrikozen en een fruitige dressing. Hm. Wat betekent dit allemaal?

Rode rijst moet wel een minuut of 40 koken, maar verder vraagt deze salade weinig voorbereidingstijd en je kunt hem een paar dagen bewaren (heerlijk als lunch). Als je het niet erg vindt dat de nootjes een beetje zacht worden als je de salade wat langer bewaart, kun je ze er gelijk doormengen. Of hou ze apart en strooi ze er pas over bij het serveren.

Ik had wat zachte feta in de koelkast en die was er heel lekker bij.


Rode rijstsalade met witlof, nootjes en abrikozen
bijgerecht voor 4 personen

100 gram rode rijst
250 ml water
2 struikjes witlof
50 gram noten (amandelen, pijnboompitten, pecannoten, cashewnoten) ongezouten, grof ghakt,geroosterd
50 gram gedroogde abrikozen, in reepjes
een handje peterselie, fijngehakt

dressing:
2 eetlepels mooie, zoete fruitazijn (ik gebruikte de vijgendadelazijn van Buiten op de Binnenweg
2 eetlepels rode wijn
2 eetlepels walnootolie
zout, peper

Kook de rijst in het water ca. 40 minuten. Draai het vuur uit en laat afgedekt nog 10 minuten staan. Neem dan het deksel van de pan en laat de rijst wat afkoelen.
Snij de witlof fijn. Meng de witlof, peterselie, nootjes en abrikozen door de rijst.

Klop de ingrediënten voor de dressing door elkaar en schep door de rijst. Laat een uurtje staan om de smaken te laten intrekken. Proef op zout en peper en serveer, met eventueel wat zachte geitenkaas erover verkruimeld.

18.6.11

Kijk, ze kan het nog



Ach, misschien was het gewoon even nodig om te klagen dat ik geen zin had om te koken.


Gisteravond maakte ik voor het eerst sinds thuiskomst van de reis iets wat echt lekker was, verrassend, bijzonder, nieuw. Deze Quinoa-koekjes uit Heidi Swanson's Super Natural Every Day (mocht iemand me dit jaar nog ns een cadeautje willen geven: dit is 1 van de zeer weinige kookboeken waar ik nog ruimte op mijn boekenplank voor wil maken).

Zij doet allerlei suggesties om smaak te geven aan het quinoa-mengsel. Ik gebruikte (in plaats van de ui en knoflook die ze in het basisrecept noemt) een handjevol verse doperwten, gesnipperde lente-ui, flink wat verse basilicum, en belegen geitenkaas.



Ze waren heerlijk, en ik ben al aan het nadenken over nieuwe smaakvariaties (komijnekaas, courgette en chipotle bijvoorbeeld, groene asperges en munt, geroosterde broccoli en gerookte mozzarella?)

30.3.11

... of is de lente heldergroen?


Lente betekent meer dan rosé en rabarber. Het betekent asperges (de eerste Hollandse asperges at ik afgelopen weekend in Venlo, wat een traktatie), en tuinbonen en doperwtjes en raapsteeltjes en meikaas en lamsvlees. Het betekent ook, voor mij, licht en fris eten - gewoon omdat dat past bij licht en fris lenteweer, omdat je alvast een beetje begint na te denken over hoe je er uit ziet met minder dan 3 lagen kleren, en (in mijn geval) omdat er een reis rond de wereld op het programma staat waarbij je 49 x uit eten zult gaan.

De komende weken probeer ik dus caloriearm, gezond, vezelrijk maar wél lekker te koken. Mijn geliefde rabarber eet ik alleen als heerlijk zure, wakkerschuddende compote bij het ontbijt... (wie er iets anders mee wil doen verwijs ik bijvoorbeeld naar deze geweldige rabarber kokostaart, of deze ook erg lekkere simpele rabarbertaart, o en hier nog een rabarbercake met kokos!)

En als avondeten, veel groen en graan.
Zoals deze warme salade van wilde rijst, broccoli en asperges, met een zoutig zurige dressing. Wil je iets minder spartaans eten, dan is een gepocheerd ei of gebakken halloumi of en stukje gegrillde zalm er lekker bij. Voor een vega-versie van de salade vervang je de ansjovis door fijngehakte groene olijven, gebruik dan wel peterselie in plaats van koriander.

Salade van wilde rijst en geroosterde groente

1 kopje wilde rijst
1 flinke stronk broccoli
een stuk of 6 groene asperges
4 kleine sjalotjes
een snuf chilivlokken, zout
olie voor het roosteren

voor de dressing:
4 ansjovisfilets
een handje verse koriander of peterselie
sap van 1 citroen
zout, peper
scheutje goede olijfolie

Kook de rijst gaar volgens de aanwijzingen op de verpakking (wilde rijst duurt lang, een minuut of 40, dus hou daar rekening mee).
Verwarm de oven voor op 200 C. Snij de broccoli in kleine roosjes, de sjalotjes in partjes, en de asperges in stukjes van een paar centimeter. Spreid ze uit op een met bakpapier beklede bakplaat, bestrooi met chilivlokken en een beetje zout, en schep om met een klein beetje olie. Rooster tot de groente gaar is en hier en daar goudbruine plekjes heeft.
Maak intussen de dressing: snij de ansjovisjes heel fijn, en hak de koriander. Vermeng met het citroensap, een beetje olijfolie, een beetje zout (de ansjovis is al zout) en versgemalen peper.

Schep de warme, geroosterde groente met de dressing door de gare wilde rijst en serveer de salade meteen.

En HOERA! dankzij de zomertijd kunnen er weer daglichtfoto's van het avondeten gemaakt worden!

28.2.11

Beter laat dan nooit



Goed nieuws: de recepten index is weer helemaal bijgewerkt, tot en met de onverantwoorde tomatensoep van vorige week. Ik ga maar geen excuses maken voor het feit dat ik die index weer hopeloos had laten verslonzen: dat is gewoon een feit, zoals het ook een feit is dat jullie nu weer fijn kunnen rondneuzen in het receptenarchief (zelf ontdekte ik ook weer een paar geliefde gerechten die ik alweer bijna vergeten was: dat is het voordeel van dingen langzaam doen, je wordt nog eens door jezelf verrast.)

En om bij het thema te blijven: onlangs heb ik, als vermoedelijk de laatste foodie ter wereld, me voor het eerst gewaagd aan het inmiddels beroemde no-knead-bread. De hype begon alweer jaren geleden, en er circuleren inmiddels ontelbaar veel recepten. Mijn eigen variant baseerde ik niet op het oer-recept uit de NY Times, waarmee het in 2006 allemaal begon, maar op het recept uit Artisan bread in 5 minutes a day van Zoe Francois en Jeff Hertzberg. Wat me aan hun methode aanspreekt is dat je een grote bak deeg maakt en die in de koelkast bewaart, maximaal 2 weken, en dan gewoon een klein broodje kunt bakken wanneer je zin hebt. Ideaal voor ons 2-persoonshuishouden waar naar verhouding erg weinig brood gegeten wordt (we zijn allebei overtuigde crusli-ontbijters).



Ik wil graag zelf brood bakken, maar het moet me dan wel zo makkelijk mogelijk gemaakt worden. Hun recept is doodeenvoudig (bloem, gist, water en zout in een grote plastic bak door elkaar roeren, die een paar uur op kamertemperatuur laten staan, dan in de koelkast bewaren) en naarmate het deeg langer 'rijpt', wordt het lekkerder en krijgt het zelfs een beetje zuurdesem allures. Maar toen ik het hoofdstuk over 'nu gaan we bakken' las ging het toch mis. Ik moest een 'bakers peel' kopen, zo'n dunne houten plank waarmee je je brood in en uit de oven kunt schuiven. En een steen om in de oven te leggen die de warmte vasthoudt zodat je brood gelijk een hitte boost krijgt. Gelijk had ik het gevoel dat er allemaal drempels werden opgeworpen die tussen mij en simpel, smakelijk, versgebakken brood kwamen te liggen.



Maar ik herinnerde me dat het NY Times brood helemaal niet op een steen wordt gebakken maar in een pan. En ik dacht: in plaats van op een ovensteen, kan dat brood natuurlijk ook in een flink voorverwarmde ovenschaal.

Het eerste brood, van gewoon wit meel, was al erg lekker. De tweede versie (op de foto's) van van half wit meel, een kwart volkoren spelt en een kwart vokoren kamut meel. Al een stuk interessanter van smaak, en de mogelijkheden zijn natuurlijk eindeloos.

Dit weekend was het onwaarschijnlijk prutweer, ik was thuis aan het werk en was door mijn rug gegaan en wilde om al die redenen niet naar buiten. Wat een luxe om dan gewoon een stukje deeg uit de koelkast te halen. Ruim een uur later sneed ik een warme boterham af.

Beter laat dan nooit.

23.11.10

Toevalstreffer




Dus, ik loop de natuurwinkel in om iets te kopen - ik ben nu vergeten wat het was, want ik heb het nooit gekocht, omdat ik meteen bij binnenkomst word afgeleid door een grote berg Kabocha pompoenen, waar ik juist een paar dagen geleden door Robin van Aziatische ingrediënten aan herinnerd ben, hoe lekker die zijn... en dan draai ik me om en zie een grote bak met kraakverse postelein, een klein wonder, want de groente in deze natuurwinkel is meestal een beetje verlept en zielig. Die postelein is wel heel toevallig, want de Posteleinhater is de stad uit.



Wat ermee te doen? Het moest iets lichts en fris worden. Terwijl ik intussen urenlang in de keuken stond om andere, arbeidsintensieve recepten te testen, gooide ik wat van dit en dat door elkaar, o nog wat halloumi in de koelkast, en weet je wat bij pompoen zijn pompoenpitten natuurlijk ook lekker. En zoals je dat soms hebt, bij toeval, was het resultaat fantastisch. Een salade waarmee ik het aandurf om zelfs postelein sceptici te verrassen. De combinatie van zacht-zoete pomopoen, zoute halloumi, notige quinoa, knapperig pompoenzaad en licht-zure postelein is gewoon volmaakt en geweldig. Ik zeg het niet vaak, ik zeg het vandaag: maak dit!



Quinoa salade met postelein, pompoen en halloumi
voor 2 personen

75 gram quinoa
200 gram stevige pompoen, butternut of kabocha, in blokjes (schoongemaakt gewicht)
125 gram postelein, gewassen
100 gram halloumi
2 eetlepels pompoenpitten

Dressing:
rasp van een halve citroen
sap van een halve citroen
3 eetlepels olijfolie
peper, zout
olie om te bakken

Verwarm de oven voor op 200 C. Schep de blokjes pompoen om met een beetje olie, zout en peper, en spreid ze uit op een met bakpapier beklede bakplaat. Rooster ze 15 minuten of tot ze goudbruin en zacht zijn.
Spoel de quinoa goed af en kook deze 15 minuten in 150 ml. water. Als het goed is is al het water opgenomen. Doe de quinoa in een grote kom.

Klop alle ingrediënten voor de dressing door elkaar.

Bak de postelein een paar minuten in een klein beetje olie. Als het geslonken is, de postelein bij de quinoa doen. Schep ook de geroosterde pompoen er luchtig doorheen. Schep de dressing erdoor en verdeel de salade over 2 borden of schep in een schaal.
Snij de halloumi in blokjes en droog deze goed tussen keukenpapier. Bak de halloumi in een klein beetje olie goudbruin. Doe de pompoenpitten erbij en bak deze heel even mee. Verdeel de halloumi en pompoenpitten over de salade en serveer.

13.8.10

Bulgur met balletjes en saus

Deze week vervang ik Janneke Vreugdenhil in nrc.next. Hier op Alles over Eten vind je elke dag de foto die hoort bij het recept.



Bulgur met gehaktballetjes en tahinsaus

12.8.10

Quinoa salade

Deze week vervang ik Janneke Vreugdenhil in nrc.next. Elke dag hier op Alles over Eten de foto bij het recept.



Quinoa salade

11.8.10

Gebakken gierst-polenta

Deze week vervang ik Janneke Vreugdenhil in nrc.next. Hier op Alles over Eten elke dag de foto die hoort bij het recept.


9.8.10

Gortsoep met paddestoelen, doperwten en dille

Deze week vervang ik Janneke Vreugdenhil in nrc.next. Elke dag hier de foto bij het recept uit de krant!




foto bij het recept in nrc.next van vandaag: Gortige soep

13.5.10

Glorieus Graan: Gierst



'Gierst', dat klinkt niet echt lekker. Het klinkt een beetje naar stoffige tweedehands kledingwinkels die ruiken naar een mengsel van zweet en patchouli. Naar sokken in sandalen, Yogi thee, klef hard brood en seitan hamburgers. Of, erger nog, naar veevoer en vogelzaad. Gierst klinkt, kortom, naar alle vooroordelen die er zijn over gezond vegetarisch eten.

Arme gierst.

Ik ben van plan de komende tijd nog veel meer granen uit te proberen, maar of iets lekker is, dat blijft natuurlijk afwachten. (En tijdje geleden kookte ik voor het eerst een pan black eyed peas. Nu hou ik van alle bonen, en ik wil dan ook nog steeds niet deze peulvruchten de schuld geven en best aannemen dat ik ergens in het kookproces iets verkeerd heb gedaan, maar hoe dan ook, ze waren niet te eten. Dat zal ik niet snel nog een keer proberen, maar als iemand me wil uitnodigen voor een pannetje wél lekkere black eyed peas, hou ik me aanbevolen).

Maar deze gierst? Dat was een geweldige ontdekking. Niet alleen een curiositeit, maar echt iets om veel vaker te eten.

Hoe smaakt het dan, zul je willen vragen. Dat is nou juist het leuke. Het smaakt naar niks wat je kent. Het smaakt granig, beetje noot-achtig, met een licht knapperige beet. Maar datzelfde zou je van quinoa kunnen zeggen, en dat smaakt toch echt heel anders.

Gierst smaakt naar gierst, en dat is goed genoeg.



Gierst en quinoa pilaf met pompoen, paddestoelen en halloumi
bijgerecht voor 4 personen

héél losjes gebaseerd op een recept uit Rebecca Wood´s The Splendid Grain (eigenlijk alleen het idee om gierst en quinoa te combineren). In plaats van zwarte quinoa kun je natuurlijk gewone quinoa gebruiken, ziet er alleen iets minder mooi uit. En bij totaal gebrek aan quinoa maak je deze pilaf gewoon alleen met gierst.
Als je geen oregano hebt gebruik dan tijm of rozemarijn. Neem wel een vers kruid voor dit gerecht en niet gedroogd.



100 gram gierst
50 gram (zwarte) quinoa
300 ml. lichte kippen- of groente bouillon
1/2 flessehalspompoen, geschild en in blokjes
1/2 theelepel chilivlokken
250 gram kastanje champignons, gehalveerd
1/2 pakje halloumi, in kleine blokjes
verse oregano
olijfolie
2 eetlepels citroensap
peper, zout

Verhit de oven voor op 200 C. Schep de pompoen om met 2 eetlepels fijngehakte verse oregano, een scheutje olie, wat zout en de chilivlokken. Rooster 15 minuten in de oven.

Prepareer intussen de granen: Spoel de quinoa af onder koud stromend water. Laat in een zeef uitlekken.
Verhit een koekenpan op midelhoog vuur. Rooster hierin de gierst gedurende 4 minuten, of tot je de eerste granen hoort 'poppen'. Giet het graan in een kom en doe er ruim koud water bij. Wrijf de korrels een paar seconden tussen je handpalmen. Spoel het graan af onder koud stromen water en laat uitlekken in een zeef.

Bak de champignons in een zware koekenpan zonder toegevoegd vet op middelhoog vuur zo'n 15 minuten, tot ze donkerbruin zijn en het meeste vocht eruit verdampt is.
Zet geroosterde pompoen en gebakken champignons apart.

Doe de gierst samen met de bouillon, een beetje zout en een beetje peper, in een pan met deksel. Breng aan de kook en laat 10 minuten zachtjes koken. Doe de quinoa erbij en laat nog 10 minuten zachtjes koken. (Als al het vocht al is opgenomen, klein scheutje water erbij doen om te zorgen dat het niet aanbrandt). Roer voorzichtig de pompoen en champignons erdoor en laat nog 5 minuten op laag vuur doorwarmen.

Bak intussen de halloumi in een klein beetje olie goudbruin.

Roer het citroensap door de pilaf. Schep de pilaf in een schaal en garneer met de halloumi.

4.5.10

Graan en sla




We zijn een nieuwe fase in gegaan hier in huis: de graanfase. De afgelopen dagen heb ik quinoa gekocht, en gierst, en tarwekorrels, volkoren pasta, en zilvervliesrijst. Een nieuw boek om uit te koken, blogs als deze die inspireren. En het klinkt raar, maar ik ben in tijden niet zo enthousiast geweest in de keuken.

Het gaat overigens niet in eerste instantie om 'gezonder' eten, maar om het vinden van nieuwe smaken, structuren en gerechten. Bij de doorgewinterde hobby-kok kan op een gegeven moment een soort 'been there, done that' vermoeidheid toeslaan, en daar had ik de laatste tijd een beetje last van. Dit weekend was ik op een feestje waar ik in gesprek raakte met een Echte Mexicaan. Natuurlijk ging het binnen 5 minuten over eten, en hij stond met zijn oren te klapperen toen bleek dat ik niet alleen wist wat mole, pozole en tamales was, maar dat ik het ook wel eens zelf had klaargemaakt. (Zelf gaf hij overigens zonder schaamte toe wel een mole uit een potje te eten). En ik dacht: ja, da´s inderdaad heel mooi en lovenswaardig van mij, en zeker ook heel bijzonder, maar het betekent ook dat ik die dingen niet meer kan ontdekken. Wat dan nog wel?

Ik kocht een boek over Vietnamees eten, en hoewel ik dat heerlijk vindt voor af en toe, is het toch niet een stijl van koken die mijn hart echt sneller laat kloppen. Op dit moment doen parelgort en bulgur dat wél.



Gisteren aten we een salade van zwarte quinoa (werkt net zo goed met gewone quinoa, dan ziet het er alleen iets minder dramatisch uit) en gestoofde sla. En alle nieuwe graan-liefde ten spijt, moet ik dit zeggen: zelfs als je nooit van je leven van plan bent om een quinoa salade op tafel te zetten, maak dan toch een keer deze sla. Heerlijk bij álles, van graan tot geroosterde kip tot pasta met parmezaanse kaas. Echt, geloof me, doen!



Quinoa salade met munt en koriander, en gestoofde sla
hoofdgerecht voor 2 personen

1 kopje quinoa
250 gram kerstomaatjes, gehalveerd
2 eetlepels honing
een handje verse munt, gehakt
een handje verse koriander, gehakt
sap van een halve citroen
2 eetlepels olijfolie
geroosterde amandelen of hazelnoten, om te garneren

voor de sla:
2 little gem slaatjes
een flinke klont boter
1 teen knoflook, fijngehakt
3 lente uitjes, in ringetjes
peper, zout
150 ml lichte kippenbouillon

Verhit de oven voor op 180 C. Leg de tomaatjes in 1 laag op een bakblik. Bestrooi ze met zout en peper en druppel de honing erover. Rooster ze 20 minuten in de oven.

Was de quinoa goed in koud water. Laat uitlekken in een zeef. Doe de quinoa met 2 kopjes water in een pan en breng aan de kook. Laat 12 minuten koken. Als er nog water in de pan zit, dit afgieten. Met deksel op de pan van het vuur af de quinoa nog 5 minuten laten staan. Dan met deksel van de pan af laten koelen.
Als de quinoa is afgekoeld, de kruiden, citroensap, olie en zout en peper erdoor mengen en tenslotte de geroosterde tomaatjes.

Voor de sla: Verwijder de buitenste bladeren van de kropjes. Halveer ze en snijd elke helft dan in 3-en. Verhit de boter in een grote pan waar de sla in één laag in past. Bak de sla 2 minuten op middelhoog vuur, tot de stukjes beginnen te bruinen. Doe de knoflook en lente ui erbij en bak deze 1 minuut mee. Doe dan de bouillon, peper en zout erbij en laat met het deksel op de pan 10 minuten op laag vuur stoven. Neem het deksel van de pan en kook op hoog vuur het stoofvocht bijna helemaal in. Serveer warm, met de quinoa salade.