14.2.12

Biber, Isot


Altijd leuk, iets nieuws ontdekken. Ik was bij de Turkse supermarkt om kruiden te kopen en zag ineens een voor mij onbekend zakje: Isot peper.
De aardige jongen bij de kassa wilde mij nog waarschuwen: "Ken je het wel? Is erg heet!" maar ik zei dat dat niet uitmaakte, dat ik dat lekker vind, en dat ik het gewoon graag wilde uitproberen.
Isot peper, ook wel bekend als Urfa peper (Urfa biber - biber = peper) is een Turkse peper die door het speciale bewerkingsproces (eerst gedroogd in de zon, dan 'snachts stevig ingepakt) z'n diepe kleur en aparte smaak krijgt.

De peper is bijna zwart (vergelijk hem op de foto met mijn geliefde Pul Biber, de 'chilivlokken' die in zoveel van mijn recepten opduiken) en de waarschuwing van de groenteman ten spijt, niet zo vreselijk pittig. Ik zou de smaak als warm omschrijven, een beetje rokerig, maar ook zoetig.

Al googelend lees ik dat het in Amerika hip is om deze peper in toetjes te verwerken. Hij schijnt goed samen te gaan met chocola en koffie. En wat ik meteen dacht: dit is een fantastische peper voor wie in Nederland Mexicaans wil koken maar geen authentieke Mexicaanse pepers kan kopen. Een combinatie van Isot biber, Pul biber, Spaanse gerookte paprika poeder en Spaanse nora pepers (bij Spaanse delicatessenwinkels te koop) brengt je een eind op weg als je een Mexicaans-achtig chilimengsel wilt maken.

13.2.12

Rood en wild



Rode rijst en wilde rijst zijn allebei heerlijk om lauwwarm of op kamertemperatuur in salades te verwerken, met veel groente en een pittige of zurige dressing die contrasteert met de aardse rijst. Zie bijvoorbeeld hier voor een salade van rode rijst met witlof, nootjes en abrikozen, en hier
voor een wilde rijstsalade met geroosterde broccoli en asperges.

Laatst had ik nog maar een klein restje rode en een klein restje wilde rijst toen ik zo'n salade wilde maken. Nu weet ik dat ze ongeveer dezelfde kooktijd hebben, dus waarom de twee niet gecombineerd? Het werkte goed. Ze hebben een vergelijkbare, maar toch niet helemaal gelijke, noot-achtige smaak. De wilde rijst houdt na het koken een iets taaiere bite. En de combinatie van roodbruine, dikke korrels en lange, dunne, diepbruine korrels ziet er op je bord ook nog eens erg mooi uit.

De licht bittere gegrilde sla past er goed bij. Zo wordt het een verrassend en voedzaam vegetarisch voorgerecht voor 4-5 personen. Als je de sla weglaat is de rijstsalade een mooi bijgerecht bij, bijvoorbeeld, een gebraden kip of (lams)gehaktballetjes.
Ik had toevallig heerlijke belegen schapenkaas in de koelkast, maar je kunt ook een geitenkaas (hard of zacht) of zelfs wat schaafsel Parmezaan gebruiken. Het pittig-zoute van de kaas is er erg lekker bij.



Rode Wilde Rijstsalade

40 gram wilde rijst
40 gram rode rijst
250 gr pompoen, schoongemaakt gewicht, in blokjes
2 flinke rode uien, in partjes
1 volle eetlepel verse tijmblaadjes
2 etlepels olijfolie
1 teen knoflook gekneusd
1 eetlepel japanse sojasaus
1 eetlepel ciderazijn
verbrokkelde geiten- of schapenkaas, of parmezaankrullen
2 little gems
olijfolie
zout & peper
citroensap

Verwarm de oven voor op 200 C. Spreid de pompoen en ui in 1 laag uit op een met bakpapier beklede bakplaat. Bestrooi met zout en peper en druppel er wat olie over.
Was de rijst, doe in een pan met ruim water en wat zout. Breng aan de kook en laat 40-45 minuten zachtjes koken.
Rooster de pompoen en ui ca. 30 minuten of tot de pompoen zacht is en de ui goudbruin en een beetje krokant.
Giet de rijst af, laat goed uitlekken en doe in een kom.
Verwarm in een klein pannetje op laag vuur de 2 eetlepels olijfolie met de tijmblaadjes en de gekneusde teen knoflook, een minuut of 2, tot de knoflook heel geurig is. Verwijder de knoflook en roer de sojasaus en azijn erdoor en breng op smaak met zout en peper. Schep de dressing door de nog warme rijst. Schep dan de pompoen en ui erdoor en laat op kamertemperatuur staan.
Snijd de little gems doormidden en de helften daarna in 3 of 4 partjes. Let op dat je steeds een stukje van het stronkje intact houdt, dan vallen de partjes straks niet uit elkaar. Verhit een grilpan op middelhoog vuur. Bedruppel de sla met wat olie en grill ze dan, een paar minuten per kant.
Bestrooi de sla met wat zeezout en druppel er wat citroensap over. Schep de rijstsalade op een grote schaal en brokkel de kaas erover. Bestrooi eventueel nog met wat extra tijm. Leg de partjes sla ernaast en serveer.

11.2.12

Daar gaan we weer


Komt er dan geen eind aan? Nadat ik (ik doe maar een greep uit het archief)
kikkererwten, koolraap, linzen, rettich, amaranth, quinoa tot pannenkoekjes heb verwerkt, kreeg ik een nieuw idee. Koekjes van tofu, dat leek me geweldig. Ik zag een stevig koekje voor me, romig van binnen en knapperig van buiten, de neutrale tofu als blank canvas voor welk smaakje je er ook maar aan toe zou willen voegen. Ik experimenteerde een paar keer - gelukkig als Dennis niet thuis was, want elke keer belandden de baksels en en overgebleven beslag in de prullenbak. De smaak kreeg ik goed (een keer met kerrie en koriander, een keer met rozemarijn en gecaramelliseerde prei) maar de textuur die ik voor ogen had, bleef me ontsnappen. In plaats van zacht en romig werden ze droog en korrelig en met een nogal onaangenaam mondgevoel.

Gisteren maar weer een poging gewaagd. Wat ik anders deed: een flinke schep dikke Turkse yoghurt door het beslag. En voila: daar waren mijn gedroomde tofupannenkoekjes.

Door de neutrale (of, zoals mensen die minder van sojaproducten houden, misschien zouden zeggen: 'flauwe') smaak van de tofu kun je je helemaal uitleven op de smaakmakers. Ik hield het dit keer simpel (was al blij dat ze eindelijk gelukt waren) met wat sinaasappelrasp en lente-ui, en wat chili-zout om ze na het bakken mee te bestrooien. De mogelijkheden zijn, letterlijk, eindeloos. Parmezaan en salie. Basilicum en stukjes zongedroogde tomaat en pijnboompitten. Citroenrasp en verse tijm. Geitenkaas en salie. Kerrie en gebakken ui. Doperwtjes en verse munt. Enzovoorts, enzovoorts. Denk er wel aan ze goed op smaak te brengen met zout en peper.
Je kunt ze van tevoren maken en in een droge koekenpan of in een hete oven opwarmen, maar vers uit de pan zijn ze het allerlekkerst.



Tofupannenkoekjes, voor ca. 12 stuks
200 gram tofu
2 lente-uitjes, fijngesneden
2 opgehoopte eetlepels volkorenbloem
1 ei
1 flinke eetlepel dikke Turkse of Griekse yoghurt
1 theelepel sinaasappelrasp
zout & peper
olie om te bakken
een mengsel van fleur de sel en chilivlokken, om ze na het bakken mee te bestrooien

Prak de tofu fijn. Meng de lente-ui, bloem, ei, yoghurt, sinaasappelrasp, en zout en peper erdoor. Meng tot een beslag.
Verhit wat olie in een koekenpan. Schep kleine bergjes van het beslag in de olie en bak de pannenkoekjes een paar minuten per kant of tot ze goudbruin zijn. Serveer ze met het chili-zout.

31.1.12

Brutale soep make-over



Ik hou van niks doen, zeg ik vaak.

Maar wanneer doe ik nu eigenlijk echt niks?

Weinig is zo moeilijk als gewoon, simpelweg, zijn, zonder activiteit.
En toch: er is wel gezegd dat alle menselijke ellende zijn oorzaak vindt in ons onvermogen alleen en stil te zijn.

Echt alleen en stil dus, he. Geen telefoon, geen muziek, geen kookboek, geen 24Kitchen. Niet nagelbijten, koffie drinken, blokjes kaas eten, borduren of roken. Zelfs niet: uit het raam kijken naar wat de buren aan het doen zijn.

De dingen met rust laten. Niet denken dat alles altijd maar anders moet, of beter. Dat je eigenlijk op een andere plek zou willen zijn, dan je bent. Dat iets moois nog mooier kan. Iets lekkers nog lekkerder.

Ik ben een groot fan van het blog Stone Soup, waar de meeste recepten niet meer dan 5 ingredienten bevatten en ook nog eens supersnel te maken zijn. Ik schreef er hier al eerder over. Maar ik moet ook toegeven: als ik haar recepten lees, spreekt de eenvoud en spaarzaamheid me aan, maar ik weet dat als ik zelf iets maak en uitprobeer, ik toch de verleiding (meestal) niet kan weerstaan om een recept een eigen draai te geven, iets toe te voegen, er iets geks of onverwachts mee te doen.



Rustig en stil kunnen zitten en de dingen de dingen laten is moeilijk. Maar misschien is het wel nog moeilijker (en dus nog waardevoller) als je in staat bent om te weten wanneer er actie moet zijn en wanneer niet, wanneer een creatieve uitbarsting op zijn plaats is en wanneer het leidt tot chaos en overkill, wanneer de dingen volmaakt zijn zoals ze zijn en wanneer het verrassend is om ze te veranderen (waardoor ze trouwens misschien niet eens beter worden, maar, gewoon, anders).


Ik moest er vandaag aan denken, toen ik mijn geweldige geroosterde bloemkoolsoep stond te maken en ineens dacht, hoe kan dit beter? Ach nee, hij hoeft niet beter. Ach wat, ik kan het toch proberen?

En zo ontstond hij, de make-over versie. De soep was lekkerder. De gecaramelliseerde prei geeft er een diepe, zoete smaak aan die in de originele soep ontbreekt. Het paddestoelenblokje maakt hem extra aards en geheimzinnig. Maar hij was ook... lelijker. Ja, ik denk te kunnen zeggen dat dit de onsmakelijkst uitziende soep is die er ooit in mijn keuken is geproduceerd. Een pan met goddelijke soep die er uitziet als iets wat je op zondagochtend vroeg aantreft op straat, in de achterafsteegjes van een studentenstad. Ja sorry, ik kan het niet milder omschrijven...

Mijn advies, dus: maak deze soep nu het nog wintertijd is en serveer hem bij zeer gedempt kaarslicht.
En daarom staan er geen soep-foto's bij deze post.

Ik vergat deze keer om stukjes geroosterde bloemkool te bewaren voor de garnering. Omdat elke gepureerde soep die ik eet gecombineerd moet worden met iets knapperigs, contrasterend in textuur, bakte ik wat tempeh blokjes. Broodcroutons werkt natuurlijk ook prima. En flink wat gehakte groene kruiden (peterselie, basilicum is ook lekker), om de soep visueel nog wat te pimpen.

Geroosterde bloemkoolsoep
1 grote bloemkool
2 flinke preien, wit en lichtgroen, fijngesneden
2 tenen knoflook, gesnipperd
1 bospaddestoelenblokje
1 flinke aardappel, in blokjes
750 ml water
150 ml melk
olie en boter
peper en zout

Verwarm de oven voor op 200 C.
Snij de bloemkool in plakken en spreid ze zoveel mogelijk in 1 laag uit op een met bakpapier beklede bakplaat. Druppel er wat olijfolie over en bestrooi met peper en zout. Rooster 20 miuten, schep een keer om, en rooster nog zo'n 20-25 minuten.
Stoof intussen de prei en knoflook op laag vuur, met het deksel op de pan, in een scheutje olie en een klont boter. Als je vuur laag genoeg staat (maar hou de prei in de gaten dat hij niet aanbrandt), duurt het stoof- en caramelliseringsproces ongeveer zo lang als het roosteren van de bloemkool.
Doe de aardappel bij de prei, het water, en het bouillonblokje. Haal de bloemkool uit de oven en doe bij de soep (hou een paar eetlepels krokant genakken bloemkoolstukjes achter om de soep te garneren).
Kook alles samen nog een minuut of 10. Pureer, voeg de melk toe, peper en zout, en eventueel extra water als je de soep te dik vindt.

p.s. de inspiratie voor vandaag kwam van hier.

Kikkererwten en rucola



Ja, alweer een variatie op het 'wat kunnen we pureren en tot gebakken koekjes transformeren' thema. Maar in dit geval kun je kant en klare kikkererwten uit blik gebruiken, zodat je niet eerst zelf iets hoeft te koken voor je het pureren kan. Sterker nog, de kikkererwten worden niet gepureerd maar zo'n beetje grof geplet met een vork, voor je de andere ingrediënten erdoor doet. En daarmee wordt dit wel een heel makkelijk doordeweeks hartig koekje.
Maak vooral de frisse yoghurtsaus erbij, erg lekker bij het kerrie-achtige koekje met z'n beetje brokkelige structuur.

voor ca. 10 stuks

1 blik kikkererwten, afgespoeld
4 eetlepels geraspte Parmezaanse kaas
2 eieren
peper, zout
1/2 theelepel chilivlokken
1 theelepel kurkuma
50 gram rucola, heel fijn gesneden
olie om te bakken

saus: yoghurt, vermengd met zout, gemalen komijn, gemalen koriander en een drupje citroensap naar smaak.




Plet de kikkererwten in een diep bord met een vork. Het hoeft geen pasta te worden, maar een soort kleverig brokkelig mengsel.
Meng de kaas, eieren, zout en peper, chilivlokken en kurkuma erdoor, en tenslotte de rucola.
Verhit wat olie in een koekenpan. Schep bergjes van het beslag in de hete olie en bak de koekjes een paar minuten per kant. Bak ze niet te lang, dan wordt de rucola te slap en verliest z'n smaak.
Serveer de koekjes met de yoghurtsaus.

30.1.12

Wat is het?



Ik was ergens te eten uitgenodigd (altijd een heuglijke gebeurtenis, dat er voor me gekookt wordt, en ik op zomaar een doordeweekse avond niks anders hoef te doen dan met een glas wijn in de hand achter over te leunen en te wachten tot er gezegd wordt: het eten is klaar!)
Mijn gastheer haalde met een zwier een springvorm-met-inhoud uit de oven. Ik zag een goudgele korst bestrooid met sesamzaadjes. Er had wel vanalles onder kunnen zitten: appeltaart, prei met spekjes, hele kippenpoten.

"Wat is het?"

"Griekse pastei."

"Waarom is het Grieks?"

"Uhm.... omdat er feta in zit, en oregano?"

Het bleek een groentemengsel van courgette, paprika, aubergine en aardappel, gebonden met ei, op smaak gebracht met feta en oregano. Al etend (een stuk, en nog een stuk, want wat het ook was, het was heerlijk) bedacht ik me dat diezelfde groente, maar dan met basilicum en parmezaan, een Italiaanse pastei hadden opgeleverd. Dille, karwij en roomkaas? een Scandinavische smaak. Verse koriander, komijnzaad en schapenkaas: we zijn in Marokko. Tijm, rozemarijn en Gruyere? Welkom in de Provence.

Het is leuk om te weten wat iets is, maar soms is het leuker om te bedenken wat iets nog meer zou kunnen zijn.



Deze macaronisalade heb ik de afgelopen weken al diverse keren gemaakt, volgens hetzelfde principe. De basis is simpel: gekookte macaroni (of andere kleine pasta) mengen met een mengsel van geroosterde groente. Voor 150 gram macaroni een kleine aubergine, een kleine courgette, een kleine paprika in hele kleine blokjes (ter grootte van een flinke doperwt) omscheppen met wat olie, peper en zout, en die in 1 laag op ene bakplaat roosteren op 200 C tot ze goudbruin zijn. Rooster ook een paar hele, niet schoongemaakte tenen knoflook mee.
Terwijl de groente roostert kun je nadenken over het smaakprofiel van je salade. Klop een dressing van citroensap en goede olijfolie (en prak er straks de uitgeknepen geroosterde knoflook door). Daar kan dan door wat je lekker vindt: verse kruiden, een snuf komijn en/of koriander, kleine stukjes zongedroogde tomaat of olijven, mosterd, een schep cottagecheese misschien.
De macaroni spoel je na het koken af onder de kraan en meng je meteen met de dressing en de warme groente. Eet lauwwarm of op kamertemperatuur.

18.1.12

Passage to India



Ik wil niet al te opschepperig overkomen als het gaat om mijn culinaire kennis, maar ik kan toch wel zeggen, dat het zelden voorkomt dat ik ergens ga eten en de gastheer of -vrouw zegt: ik maak puntjepuntjepuntje, goed? en dat ik dan niets anders voor ze heb dan een blanco blik en de wedervraag: wat is dat dan?

Ok, Peshwari naan en paneer Jalfrezi, geven me allebei wel een vaag idee van wat ik op mijn bord zal krijgen. Naan, ja, Indiaas brood.. maar wat is die Peshwari variant? Paneer, Indiase verse kaas. Maar van Jalfrezi had ik dus nog nooit gehoord.

Ik ben hopeloos onwetend als het gaat om de Indiase keuken. In dat licht is het mischien niet zo heel indrukwekkend dat ik, achteroverleunend en over mijn buik wrijvend, meldde dat het 'het beste Indiase eten ooit' was.

Maar het was gewoon echt ontzettend lekker.



Het geheimzinnige brood was naan gevuld met een lichtzoet mengsel van amandelen, rozijen (en kokos?) Klinkt meer als een toetje, maar smaakte heerlijk bij de warmkruidige, complexe rode saus die gevuld was met blokjes zelfgemaakte (!) verse kaas.
Rijst erbij en raita. En dan vergeet ik nog de gefrituurde tandori garnalen met koriander-joghurtsaus te vermelden, waar de avond mee begon.

Het is heerlijk als er iemand lekker voor je kookt. Als je dan ook nog eens urenlang je hart mag luchten over alle gecompliceerde ins & outs van je rare leven, en je niet alleen met een tevreden gevulde maag maar ook nog met wat nuttig levensadvies naar huis gaat... dan heb je niet veel meer te wensen, al is het maar voor even.

16.1.12

Warme soep


Een heerlijke maaltijdsoep die warm-goud van kleur is en warm-kruidig smaakt door de combinatie van komijn, koriander, kurkuma en chili.

De kip kun je makkelijk weglaten voor een vegetarische versie, dan zou ik eventueel wat meer kikkererwten of misschien een blikje witte bonen toevoegen.

Soep met kip, kikkererwten en spinazie
Maaltijdsoep voor 2 personen

1 flinke sjalot, gesnipperd
2 tenen knoflook, gesnipperd
1 theelepel gemalen komijn
1 theelepel gemalen koriander
2 theelepels kurkuma
1 theelepel chilivlokken
1 flinke eetlepel paprikapasta of tomatenpuree
2 flinke aardappels, in kleine blokjes
700 ml water
1/2 courgette, in kleine blokjes
1 blik kikkererwten, uitgelekt
150 gram kipfilet, in reepjes
ca. 100 gram spinazie, in reepjes
beetje citroensap
zout en peper
olijfolie

Fruit de ui en knoflook een minuut of 5 in een flinke scheut olijfolie. Voeg de specerijen toe en de paprikapuree en bak dit samen een paar minuten op laag vuur. Doe dan de aardappel erbij en het water. Breng aan de kook en laat 15 minuten zachtjes koken.
Doe de courgette en kip erbij en de kikkererwten. Kook nog 5 minuten. Roer dan de spinazie erdoor en kook nog een paar minuten.
Breng op smaak met zout, peper en citroensap en serveer. Je zou er nog brood bij kunnen geven, maar door de kikkererwten en aardappel is dat niet echt nodig.

15.1.12

Even in het bos





Voor zon, frisse lucht, samenzijn, weg van de stenen stad, bomen, schapen, blauwe luchten spiegelend in het water, en een Alice in Wonderland bankje.



12.1.12

China op de Cuyp


Oesters met zwarte bonensaus, en Mapo Dofou bij Uncle Wong in de Albert Cuypstraat.

Niet op de foto: de garnalen gyoza, pannenkoekjes met crispy duck, en de super spicy Szechuan Chicken.



Alles was lekker, het was niet duur, het ging snel, de service was vriendelijk en efficiënt. Toen ze ons zagen sniffen boven de ERG pittige Szechuan kip zei de ober dat hij de volgende keer wel aan de keuken kon vragen het wat minder pikant te maken? We konden hem maar moeilijk aan z'n verstand brengen dat het soms gewoon erg lekker is als het zweet je uitbreekt van een bordje kip. Blussen met droge rijst en witte wijn, en even later is er niks meer aan de hand.

De kaart is erg uitgebreid, en het loont de moeite om hier met een grote groep heen te gaan en allerlei verschillende gerechtjes te bestellen. Een fijn adres in de Pijp.

De granaatappel te lijf


Ik ben ontzettend dol op granaatappels. Maar jarenlang at ik ze veel te weinig naar mijn zin, gewoon omdat ik te lui was om ze schoon te maken. Als je een granaatappel opensnijdt liggen de glanzende pitjes als juweeltjes op je te wachten, maar zie ze dan maar eens tussen de harde witte vliezen uit te peuteren zonder een vloek- en zuchtsessie.

Ik las vaak de tip om de granaatappel in partjes te snijden en die parten dan in een kom met water, of onder de kraan, schoon te maken. Maar dat leek me altijd zo vreselijk zonde van het heerlijke sap.

Nu heb ik de gouden granaatappeltip. Ik heb hem niet zelf verzonnen - jaren geleden zag ik Nigella Lawson op tv een granaatappel met een pollepel te lijf gaan, en ik kan me zo voorstellen dat zij het ook weer van iemand anders had. Maar zo gaat het met goeie kooktips: die moeten gewoon gedeeld worden, met zo veel mogelijk mensen.
Granaatappels zijn nu goedkoop, dus sla je slag. De pitjes zijn heerlijk in salades zoals deze bijvoorbeeld. En als je net als ik houdt van een ontbijt van yoghurt en fruit, dan kan ik je vertellen dat het bijzonder bevredigend is om 'sochtends om half 8 met een pollepel op een granaatappel te slaan en de pitjes in een zachte regen te zien neerdalen.




Snij de granaatappel doormidden. Zet een diepe kom in de gootsteen (het spat een beetje en zo minimaliseer je de kans op rood-gevlekte kleren). Sla met de 'scherpe' kant van een houten roerlepel op de buitenkant van de granaatappel en ga door tot alle pitjes eruit gevallen zijn. Is je granaatappel erg rijp, dan komen er ook wat van de witte vliesjes mee, maar die vis je er makkelijk tussen uit.
Voila: pitjes en sap, met een minimale inspanning!

11.1.12

Lijstje



Ach, het mag nog best, een lijstje met 'een paar van de lekkerste dingen' van 2011.

Het was qua eten een bijzonder veelzijdig jaar - geen wonder, als je in 49 diners de hele aardbol omcirkelt. En ik moet toegeven dat we zowel op die prachtige reis, als ook weer thuis - gewoon in Amsterdam - zoveel heerlijks gegeten hebben dat elk lijstje met hoogtepunten eigenlijk volstrekt willekeurig zou zijn. Maar goed, bij het doorbladeren van het fotoarchief van 2011 waren dit een paar foto's die een levendige culinaire herinnering opriepen:

De meest volmaakte cocktail, geheel naar mijn smaakvoorkeuren samengesteld, in New Orleans. Geen idee wat er in zat, maar ik werd er erg gelukkig van.


In Tokio: Custard met de smaak van geroosterde boekweit thee. Klinkt raar, maar was 1 van de lekkerste zoete dingen die ik ooit at.


Truffelpatat met truffelmayonaise bij Willi's Wine Bar in Santa Rosa, Californie. Die hoef ik niet uit te leggen toch?


Hollandse kapucijners, kraakvers.

En alle wereldreizen ten spijt, soms is niks zo lekker als een perfecte omelet op een grijze herfstmiddag.

2012 wordt misschien niet zo culinair exotisch als 2011, maar hopelijk wel net zo smakelijk, origineel, spannend en gelukkig-makend!

10.1.12

Sticky Chicken


Drumsticks om met je handen te eten en dan je vingers bij af te likken. Gebakken in de oven in een zoete, zoute, pittige saus.
Je kan dit heel goed zonder de wortel maken, maar ik had nog een zak biologische winterpeen in de groentela liggen waar nodig iets mee moest gebeuren, en de zoete wortel die roostert in de marinade past goed bij de kip.
Geeft er verder een (gestoomde) groene groente bij en rijst of noedels als bedje voor de stroperige jus.

Kip uit de oven in een zoet-pikante marinade

voor de marinade:
2 eetlepels zoete ketjap
1 eetlepel sambal badjak
1 eetlepel water
1 eetlepel neutrale olie
1 eetlepel balsamico azijn
zout

verder:
500 gram kip drumsticks
500 gram winterpeen, in vingerdikke repen

Verarm de oven voor op 200 C. Meng alle ingredienten voor de marinade door elkaar en schep dit door de drumsticks, in een ovenschaal. Laat marineren terwijl de oven op temperatuur komt.

Schep de wortel erdoor en bak de kip en wortel 25 minuten, roer alles dan voorzichtig door en bak nog 15 minuten. Omdat ik van extra knapperig kippenvel hou (hoe raar dit ook klinkt...) heb ik de schaal daarna nog even onder de grill gezet, maar dat kun je ook achterwege laten.

9.1.12

Vrouw vindt Koffie



One for Sorrow, Two for Joy
Three for a Girl, Four for a Boy
Five for Silver, Six for Gold
Seven for a secret never be told
Eight is a Wish, and Nine a Kiss,
Ten for a time of Joyous Bliss.

In april 2008 schreef ik over mijn vruchteloze zoektocht om ergens in Amsterdam de juiste kop koffie te vinden: Vrouw zoekt Koffie.

Good things come to those who wait.

Bijna 4 jaar later heb ik de perfecte koffieplek gevonden. In 2008 bestond hij nog niet, wat maar weer bewijst dat zoeken soms helemaal geen zin heeft, dat het vaak het beste is om gewoon af te wachten tot gebeurt, waar je op wacht.

Uiteindelijk gebeurt dat namelijk altijd. Of, zoals ik graag pleeg te zeggen tegen mensen die worstelen met al dan niet grote levenskwesties: alles komt goed, je weet alleen niet wanneer.





Koffie, dus. Bij Two for Joy. De perfecte koffie. Opgegoten waar je bij staat zodat je al bijkans high wordt van het aroma nog voor je een slok op hebt. Een prettige plek om te zitten - of je nu de krant wil lezen, een paar uur wil werken, of wil kletsen met een vriendin. Bijzonder aardige mensen in de bediening. Voor de zoete trek (onder andere) lekkers als cake met olijfolie, rozemarijn en chocola; en voor de hartige trek, bijzonder lekkere tosties met een romig-pittige chutney, en een linzensoep die ik nog niet gegeten heb maar die heerlijk ruikt.

Ze roosteren hun eigen bonen en je kunt er koffie kopen om thuis je eigen kopje Colombian of Brazilian te zetten. Maar leuker (vind ik dan) is het natuurlijk om gewoon in de winkel op de Haarlemmerdijk of het Frederiksplein te gaan zitten en rustig te genieten van een cappuccino, espresso of filterkoffie (mijn favoriet) die met liefde en aandacht voor je gezet is.



En inderdaad, two for joy: twee koppen Colombian Drip geven mij precies het volmaakte koffieplezier.

8.1.12

Langzame paprika-frittata


Een ondergewaardeerde en te vaak genegeerde goede eigenschap in de keuken (en ach, niet alleen in de keuken natuurlijk, maar laten we ons even daartoe beperken):

Geduld.

Deze paprikareepjes bakten wel een half uur op een heel zacht en geduldig vlammetje. Gemalen koriander en komijn geven er een warme, kruidige, beetje mysterieuze smaak aan (die terugkomt in de komijnekaas) en een beetje azijn brengt al die zachte zoetigheid dan weer in balans. Een heerlijke en net even andere frittata.



Paprika frittata
1 rode paprika, in hele dunne reepjes
1 theelepel gemalen komijnzaad
1 theelepel gemalen koriander
1 eetlepel appelazijn
4 eieren
50 gram belegen komijnekaas, grof geraspt
handje verse koriander, grof gehakt
peper, zout, olijfolie

Bak de paprika minstens 30 minuten in een flinke scheut olijfolie, op een heel zacht vuurtje. Na een minuut of 10 gemalen komijn en koriander, peper en zout erbij doen.
Aan het eind van de baktijd het vuur uitzetten en de azijn erdoor roeren.
Klop de eieren los en meng de paprika, kaas en verse koriander erdoor. Voeg wat zout en peper toe.
Verhit een beetje olie in een kleine koekenpan en bak de frittata 10 minuten, keer hem dan voorzichtig om en bak nog 5 minuten.

7.1.12

Courgette, en....




Ik heb drie mensen laten raden naar het 'geheime', beetje rare ingrediënt in deze courgettesoep.

Pompoen, werd er gezegd, zoete aardappel, knolselderij misschien?

Nee, het is een appel.

De eerste keer was het een toevallig gelukje - ik was courgettesoep aan het maken en wilde hem met aardappel wat meer body geven, bleken de aardappels op te zijn. Maar er lag nog wel een appel in de fruitschaal.
Het was een succes, en sindsdien heb ik 'm nog twee keer gemaakt. Zelf hou ik erg van het frisse, hout-achtige aroma van verse oregano, en dat werd hier het smaakmakend kruid. Maar verse tijm, rozemarijn of salie zouden denk ik ook erg lekker zijn.
De bulgur geeft er een beetje notige bite aan. Alles bij elkaar een makkelijke, gezonde en (natuurlijk vooral) erg lekkere soep.

Wie kan trouwens inmiddels raden wat voor dit jaar mijn goede voornemen was (en is)?



Courgettesoep met appel

2 sjalotjes, gesnipperd
1 courgette, in blokjes
1 niet te zure appel (bv Jona Gold), geschild en in blokjes
500 ml lichte bouillon
1 eetlepel verse oregano, klein gesneden
een handje (volkoren) bulgur
peper, zout
klein scheutje olijfolie
voor de garnering: pompoenpitten en chilivlokken, geroosterd, en nog wat extra oregano

Bak de sjalotjes in de olie op laag vuur tot ze zacht zijn. Voeg de courgette toe en stoof deze met het deksel op de pan een paar minuten.
Doe de bouillon, appel en oregano in de pan. Breng aan de kook en laat ca. 20 minuten zachtjes koken.
Pureer de soep met de staafmixer en zet weer op het vuur. Doe de bulgur erbij en kook nog een minuut of 5 of tot de bulgur zacht en gaar is. Breng op smaak met zout en peper en garneer met de pompoenpitten en nog wat verse oregano.

6.1.12

Bitter

bitter woman ipa, gedronken in april 2011 bij Topolobampo in Chicago


De eerste werkweek van 2012 zit er weer op.

Het viel best mee.

Nu een bitter biertje om het weekend in te luiden....

5.1.12

Polenta, maar dan makkelijk


Johannes van Dam gaf dit weekend in het Parool een 'makkelijke' manier om polenta klaar te maken - als tip voor iemand die wel van polenta houdt, maar die het traditionele recept (waarbij je een flinke tijd aan het fornuis moet blijven staan, al roerend in een grote pan met heftig pruttelende pap) teveel werk en gedoe vindt.
Zijn recept: polenta in de magnetron, waarbij je dan wel nog een paar keer de schaal eruit moet halen en agressief door moet roeren.

Mijn tip? Het kan echt nog makkelijker. Sinds ik Paula Wolferts recept gebruik uit haar boek 'Slow Mediterranean Kitchen' heb ik nooit meer polenta spetters van mijn kookplaat hoeven poetsen. Polenta en water in een ovenschaal, na ruim een uur even doorroeren, en voilà, perfecte polenta.

Voor zachte polenta-pap gebruik je 5 x zoveel water als polenta, dus, bijvoorbeeld, 1 kopje polenta en 5 kopjes water. Voor een iets steviger consistentie, 4 kopjes water. Experimenteer hier een beetje mee tot je de verhouding hebt gevonden die je zelf het beste vindt.

Verwarm de oven voor op 180 C. Vet een ovenschaal in met een beetje olie of boter. Meng in de schaal je polenta, het water, een scheut olijfolie, en een flinke snuf zout. Het ziet er eraar en niet erg veelbelovend uit, maar dit gaat goed komen.
Bak, ongeveer een uur en een kwartier - dan moet het en dikke pap zijn geworden. Roer het 1 x goed door met een vork en bak dan nog 10 minuten (ik zet dan vaak de oven vast uit).

Serveer meteen, als zachte pap, of laat afkoelen om in plakjes te serveren (die kun je eventueel ook weer opbakken in een koekenpan of grillen). Dit laatste gaat het beste met polenta die je met wat minder water hebt bereid.



4.1.12

Koolraapkoekjes




Ach, die arme koolraap.

Toen ik er eerder over schreef was er zelfs iemand die in de comments meldde 'kippenvel' te krijgen van de foto. En nee, dat was geen positief spannend kippenvel, maar gruwend kippenvel. En als ik de knollen op de markt zie liggen, veronachtzaamd in een hoekje, een beetje gerimpeld, vraag ik me altijd af of er nog iemand langs zal komen om ze mee naar huis te nemen. Toch is er zoveel lekkers te doen met de zoete knol (zie bijvoorbeeld hier, hier en hier voor inspirerende koolraap ideeën, en hier) voor de koolraapfrittata van Annemieke.)

Deze koolraapkoekjes zijn een simpele variatie op het 'kook iets pureer het meng er smaakmakers en een bindmiddel zoals ei doorheen en bak er pannenkoekjes van' principe. Toe te passen op zo'n beetje alles wat je koken en pureren kan. De zoetige raap doet het goed met kruidige, frisse rozemarijn, en de kaas geeft er een beetje pit aan.
Ik maakte ze van te voren en warmde ze op in een droge grilpan op matig vuur, en dat ging prima.



Koolraapkoekjes
voor ca. 12 stuks

300 gram koolraap, schoon gewicht, in flinke stukken
1 ei
2 eetlepels (volkoren)bloem
handje geraspte (geiten)kaas (kies een pittige kaas als tegenhanger voor de zoete koolraap)
1 eetlepel rozemarijn, fijngehakt
een beetje versgeraspte nootmuskaat
peper, zout
olie om te bakken



Kook de koolraap gaar in een klein laagje water. Giet af en prak fijn met een vork (het hoeft geen hele gladde puree te zijn, het is lekker als er nog wat stukjes in zitten).
Doe het ei, de bloem, kaas en rozemarijn erbij en flink peper en zout. Meng tot je een stevig mengsel hebt.

Verhit een klein beetje olie in een koekenpan. Schep bergjes van het beslag in de pan en bak een paar minuten op middelhoog vuur tot de onderkant goudbruin is, keer ze dan voorzichtig om (het beste instrument blijft hiervoor toch de kaasschaaf!) en bak nog een paar minuten.

Laat de koekjes even uitlekken op keukenpapier. Serveer warm, of laat afkoelen en warm ze later op. Lekker bij soep of een salade.