7.1.07

Van dansende geitjes en koninklijke kaas


Ik hou van romantische eet-anecdotes. Natuurlijk weet ik dat je de meeste met een korreltje zout moet nemen, omdat ze niet zijn ontstaan na degelijk historisch onderzoek, maar uit de menselijke behoefte aan kleurrijke verklaringen van wat we anders gewoon ‘toeval’ zouden noemen. Maar zolang je dat mooie verhaal niet als feit presenteert, is er niks aan de hand.

Een van mijn favoriete verhalen, waar ik vaak aan denk als ik ‘sochtends mijn eerste kop koffie drink – dankbaar dat er zo’n simpel en goedkoop genotmiddel bestaat, zelfs al moet ik een paar dagen per week genoegen nemen met inferieure kantoor-koffie - is het verhaal van de Ethiopische geitenhoeder Kaldi. Stel het je voor: ruim duizend jaar geleden, een Ethiopisch berglandschap, een jonge knappe geitenhoeder die, verveeld door zin saaie dagtaak en vermoeid door de warmte, in slaap valt tegen een berghelling. Als hij een uur later wakker wordt, zijn de geitjes afgedwaald. Hij speurt het landschap af en ziet ze in de verte, dansend en springend rond een hem onbekende stuik met rode bessen. Nieuwsgierig (en jaloers op de plotselinge levenslustigheid van zijn dieren), probeert hij zelf ook een paar bessen en ervaart vervolgens wat vandaag de dag miljoenen mensen over de hele wereld ‘sochtends ervaren na hun eerste dosis caffe├»ine. Caffe├»ine stimuleert het centrale zenuwstelsel, verhoogt het concentratievermogen, verdrijft vermoeidheid, en geeft energie. In andere woorden, het laat geitjes dansen en maakt geitenhoeders met een burn-out weer actief.
Een monnik die voorbij kwam en Kaldi en zijn geiten zag genieten van de koffiestruik, kwam vervolgens op het idee de bessen te verwerken in een soort thee. En zo werd de koffie geboren.


Gisteren aten we het laatste luxe artikel overgebleven uit de kerstvoorraad: een St. Marcellin kaasje. Het verspreidde al bijna twee weken een bijzonder doordringende geur in de koelkast, maar, zoals wel vaker met sterk geurende kazen, de smaak is eigenlijk heel mild. Een beetje research naar dit heerlijk, romige kaasje leverde een nieuwe eet-anecdote op.
Eind 15e eeuw, Prins Louis van Frankrijk (de latere koning Louis XI) is met zijn gezelschap op jacht in de Dauphiny, in het zuid-oosten van Frankrijk. Ze raken in de problemen (gebruik je fantasie: belaagd door wilde zwijnen, misschien viel er iemand in een ravijn, of waren ze gewoon verdwaald), maar werden ‘gered’ door een paar toevallig passerende boeren. De prins wordt uitgenodigd het eenvoudige middagmaal van de boeren te delen: brood en de lokale kaas. De prins is zo onder de indruk van wat hij proeft dat hij, na zijn kroning in 1461, het plattelandskaasje introduceert aan het hof.

Ik weet niet veel van het Franse hof uit die tijd en wat ze aten, maar dat St. Marcellin goed genoeg werd gevonden voor de ongetwijfeld overdadige koninklijke tafel, verbaast me niet. Het is een heerlijk kaasje met een unieke structuur – heel rijp, is het deels bijna vloeibaar en met de consistentie van stroperige gecondenseerde melk, deels van een krijtachtige, korrelige stevigheid. De smaak is zoals gezegd verrassend mild, bijna zoet en nootachtig, en het mondgevoel is heel romig. Een mooie en passende afsluiting van het feestseizoen. Vanaf morgen eten we een weekje zonder vet, in een poging de kerstschade te herstellen. Geen boter, geen room, geen alcohol, en geen volvette kaas!

2 comments:

Baking Soda said...

Hi Klary,
Ik "ken" je van Egullet, het dutch cooking draadje, was geweldig om te lezen hoe al die Amerikanen aan het draadjesvlees gingen. Leuk om te zien dat je je blog -opnieuw?- tot leven hebt gewekt. Ik kom graag terug!
Karen
www.bakemyday.blogspot.com

Klary Koopmans said...

Hoi Karen, dankjewel! Ik post niet dagelijks hier maar probeer wel regelmatig iets te plaatsen!